Project

gezonde scepsis

Updates
0 new
0
Recommendations
0 new
0
Followers
0 new
0
Reads
0 new
0

Project log

Martine E C van Eijk
added 2 research items
Ik heb in 1991 mijn artsexamen gedaan aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Daarna wilde ik iets met gezondheidszorgbeleid en cijfers doen. Na een tijdje als projectmedewerker bij de overheid te hebben gewerkt, kreeg ik de kans om een promotieonderzoek te doen bij de Faculteit Farmacie in Utrecht (disciplinegroep farmacotherapie en farmaco-epidemiologie). Mijn promotie ging over dimensies van kwaliteit van farmacotherapie, nascholing en hoe we dat kunnen ondersteunen met prescriptiegegevens van een zorgverzekeraar. Daarbij was ik steeds geïnteresseerd in het spanningsveld tussen macrobeleid (gericht op de populatie) en microbeleid (gericht op één individu, de patiënt). Denk bijvoorbeeld aan antibiotica en hele dure geneesmiddelen. In 2001 ben ik gepromoveerd. Ik werkte toen al bij DGV, Nederlands instituut voor verantwoord medicijngebruik. Daar heb ik me jarenlang beziggehouden met kwaliteit van voorschrijven, samenwerken en transparantie in de zorg. Mijn taak was meestal om de projecten te ondersteunen met cijfers. De laatste jaren ben ik me steeds meer gaan verdiepen in de rol van de farmaceutische industrie bij onze kennis en keuze van geneesmiddelen. Daarom was het voor de hand liggend dat ik de rol van programmamanager zou nemen toen Gezonde scepsis gestart werd. Gezonde scepsis is een instrument van countervailing power voor de farmaceutische sector. Wij laten zien wat er momenteel gebeurt op het gebied van reclame, marketing en gunstbetoon. Gezonde scepsis laat zien wat er gebeurt in de dagelijkse praktijk en richt zich daarbij vooral op laakbare kwesties. Hoe meer ik me in deze onderwerpen verdiep, hoe meer ik weet, hoe meer ik me verbaas. Daarover gaat dit artikel. De meerwaarde van de farmacie Allereerst wil ik duidelijk maken dat geneesmiddelen een geweldige uitvinding zijn. Zolang mensen in potjes kunnen roeren, proberen we onszelf en anderen te helpen met versterkende middelen. De huidige farmaceutische industrie bestaat ruim 100 jaar. We kunnen ons geen wereld zonder antibiotica, pijnstillers, insuline, vaccins en HIV-remmers meer voorstellen. De farmaceutische industrie heeft deze levensreddende middelen en "little helpers" niet allemaal zelf ontwikkeld, maar zet ze nu wel in de markt.
Dr. M.E.C. van Eijk, Utrecht De discussie over het verruimen van de mogelijkheden van de farmaceutische industrie om informatie op patiënten te richten laait steeds weer op. Kijkend naar de VS en Nieuw-Zeeland kunnen we zien dat dit een enorme toename van de uitgaven aan publieksreclame geeft. Eén studie vindt dat voor iedere dollar besteed aan DTCA (direct-to-consumer advertising), de farmaceutische industrie $ 2,20 terugkrijgt. Artsen honoreren de verzoeken van patiënten om geneesmiddelen waar deze via advertenties van op de hoogte zijn gebracht meestal. Uit diverse hoeken komt kritiek op DTCA. In Nieuw-Zeeland hebben huisartsen gevraagd om DTCA opnieuw te verbieden. Zij zijn “vooral ongerust over de misleidende inhoud van veel advertenties en de commerciële druk die dit op hen legt om voor te schrijven zelfs als deze middelen geen meerwaarde hebben boven bestaande middelen of niet geschikt zijn voor de patiënten.”In de Verenigde Staten is een wetsvoorstel gedaan om DTCA te verbieden in de eerste twee jaar dat een middel op de markt is.