Project

Pension decision making

Goal: To understand the choices people make with respect to their retirement date and financing their pension. Understanding the role of trust in pension providers, social norms and the cognitive limitations in making or not making decisions.

Methods: Surveyss, vignettes

Updates
0 new
0
Recommendations
0 new
0
Followers
0 new
56
Reads
2 new
345

Project log

Hendrik P. Van Dalen
added a research item
Sinds jaar en dag is bekend dat zzp'ers niet veel sparen voor pensioen en vaak worden de hoge kosten van een goed pensioen opgevoerd als reden hiervoor. Vertrouwen in de belangrijkste spelers in de derde pijler-pensioenaanbieders wordt vaak over het hoofd gezien. In deze bijdrage laten Van Dalen, Damman en Henkens zien dat het wantrouwen dat banken en verzekeraars genieten onder zzp'ers eveneens een belangrijke rol speelt in het ontbreken van een oudedagsreserve. Een goed pensioen is alleen weggelegd voor de zeer vermogende zzp'ers. Veel zzp'ers voorzien echter een pensioentijd waarin men van een beperkt pensioeninkomen kan genieten en een kwart vreest langer te moeten doorwerken dan de AOW-leeftijd.
Hendrik P. Van Dalen
added a research item
Het Nederlandse pensioenstelsel geniet internationaal onder experts een hoge waardering. Uit nieuw onderzoek onder de Nederlandse bevolking blijkt echter dat de tevredenheid met het pensioenstelsel geleidelijk afneemt. Echter, over onderliggende onderdelen van het pensioenstelsel, zoals pensioeninkomen en pensioenleeftijd, tekent zich een groeiende ontevredenheid af. Vooral de hoogte van de pensioenleeftijd is een duidelijke bron van ontevredenheid. Vooral de leeftijdsgroep van 55-64 jaar is zeer ontevreden over dit aspect.
Hendrik P. Van Dalen
added a research item
Om langer doorwerken mogelijk te maken wordt er vaak gewezen op de mogelijkheid van deeltijdpensioen. Het gebruik hiervan was al laag, maar is sinds 2011 nog verder ingezakt. Wat zit hier achter?
Hendrik P. Van Dalen
added a research item
Vertrouwen in politiek en maatschappij staat herhaaldelijk ter discussie, maar in welke mate werkt dat door op het vertrouwen in pensioeninstituties? Op basis van LISS-data uit februari 2020 worden twee hoofdvragen geanalyseerd: (1) Welke homogene groepen ten aanzien van vertrouwen in politieke en maatschappelijke instituties bestaan er in de Nederlandse samenleving? (2) Hoe hangt deze typologie van groepen samen met vertrouwen in het pensioenbeheerders? Een kleine groep (14%) etaleert breed wantrouwen richting politiek en maatschappij; er is een grote groep (51%) die breed vertrouwen heeft in politiek en maatschappij; en een middengroep (35%) die de politiek wantrouwt, maar de uitvoerders in het publieke domein (zoals wetenschap, gezondheidszorg) vertrouwt. Vooral de beide uiterste klassen in dit vertrouwensspectrum spelen sterk door in het vertrouwen in pensioenbeheerders.
Hendrik P. Van Dalen
added a research item
Vanaf 2023 mogen pensioendeelnemers bij pensionering eenmalig (maximaal) tien procent van hun opgebouwde pensioenvermogen opnemen. In hoeverre speelt het vertrouwen in de beloftes van pensioenuitvoerders een rol bij de interesse om gebruik te maken van deze eenmalige uitkering?
Hendrik P. Van Dalen
added a research item
Pensioenfondsen genieten veel vertrouwen, meer dan de overheid of verzekeraars. Desondanks blijkt een derde van de deelnemers bij zijn pensioenfonds weg te willen indien de markt voor pensioenen vrijgegeven zou worden. Intergenerationele spanningen verklaren deze beslissing maar in beperkte mate.
Hendrik P. Van Dalen
added a research item
In dit artikel onderzoeken we het vertrouwen in de pensioensector in 2020 (precorona) en hoe dit vertrouwen samenhangt met het vertrouwen in politieke en maatschappelijke instituties. Drie vragen zullen achtereenvolgens worden behandeld: (1) Welke homogene groepen ten aanzien van vertrouwen in politieke en maatschappelijke instituties bestaan er in de Nederlandse samenleving? (2) Hoe hangt deze typologie van groepen samen met vertrouwen in het pensioenstelsel? (3) In hoeverre verschillen de beelden die mensen hebben van pensioenfondsen en verzekeraars - zoals de mate waarin men het belang van de klant of van eerlijkheid centraal stelt - met het vertrouwen in politieke en maatschappelijke instituties? Op basis van een steekproef (LISS-data) van 1445 respondenten kunnen drie groepen worden onderscheiden: een kleine groep (14%) die breed wantrouwen heeft in politiek en maatschappij; een grote groep (51%) die breed vertrouwen heeft in politiek en maatschappij; en een middengroep (35%) die de politiek wantrouwt, maar de uitvoerende publieke instituten (wetenschap, gezondheidszorg) wél vertrouwt. Vooral de beide uitersten in dit vertrouwensspectrum spelen sterk door in het vertrouwen in pensioenbeheerders, alsmede in de onderzochte bouwstenen van vertrouwen, zoals stabiliteit, eerlijkheid, deskundigheid en het centraal stellen van het belang van de klant.
Hendrik P. Van Dalen
added a research item
De invoering van het nieuwe pensioenstelsel voltrekt zich vooralsnog in een omgeving waarbij deelnemers niet bovenmatig geïnteresseerd zijn in deze ontwikkeling. De onzekerheid die gepaard gaat met het nieuwe stelsel wordt vooral door werknemers geassocieerd met een gemiddeld lagere pensioenuitkering. Het actiever omgaan met pensioen lijkt vooral ook een zaak te worden voor hoger opgeleiden of voor deelnemers met pensioenkennis.
Hendrik P. Van Dalen
added a research item
Kennis van financiële zaken is van groot belang voor zelfredzaamheid. Dat geldt zeker ook voor de grootste financiële zaak waar burgers mee te maken hebben: het pensioen. Mannen blijken echter veel meer dan vrouwen interesse voor en kennis van pensioenzaken te hebben.
Hendrik P. Van Dalen
added a research item
Deeltijdpensioen wordt in veel pensioenregelingen als een keuzemogelijkheid aangeboden. Vaak wordt het als een ideale mogelijkheid gezien om een carrière af te bouwen. Toch maken weinig werknemers er gebruik van. Maar waarom eigenlijk niet?
Hendrik P. Van Dalen
added a research item
Het pensioenlandschap is de laatste tien jaar danig veranderd. En ook de komende tien jaar zal dit landschap nog verder veranderen, waarbij langer doorwerken het parool zal zijn. Het besef hierover is onder jongeren echter maar beperkt doorgedrongen. Werkgevers en oudere werknemers maken zich wel zorgen over het langer doorwerken, en de toegenomen instroom in de WIA is daar getuige van. Besef en beleving van de veranderende pensioencontext is vooral voor lager opgeleiden een punt van zorg. Aldus Van Dalen et al. Geleidelijke uittredemogelijkheden, zoals deeltijdpensioen of een generatiepactregeling blijken tot nog toe minder gebruikt te worden dan vooraf werd gedacht.
Hendrik P. Van Dalen
added a research item
Het generatiepact is al een aantal jaren werkzaam binnen Nederlandse organisaties: een regeling waarbij ouderen met behoud van pensioenopbouw geleidelijk kunnen afbouwen om zo ook jongeren een kans te geven. NIDI-onderzoek laat zien dat belangstelling voor een dergelijke regeling groot is, maar ook dat het zwaartepunt van de belangstelling niet bij oudere werknemers ligt voor wie het impliciet bedoeld is - zwaar werk, laag inkomen of met mantelzorgbeslommeringen - maar bij de welvarende oudere werknemers.
Hendrik P. Van Dalen
added a research item
Het pensioenakkoord biedt mogelijkheden om voor mensen met zware beroepen afspraken te maken over lagere pensioenleeftijden. Een belangrijke uitdaging hierbij is om voor iedereen tot een ‘eerlijke’ pensioenleeftijd te komen. Maar wat vinden Nederlanders eigenlijk eerlijk?
Hendrik P. Van Dalen
added a research item
Met het nieuwe pensioenakkoord komt de regering tegemoet aan de kritiek op het rappe tempo van het verhogen van de AOW-leeftijd. De prijs die hiervoor betaald wordt door de regering is te overzien. Echter, het stelsel is voor velen te complex geworden, met als gevolg dat mensen niet meer weten wanneer ze nu met pensioen gaan.
Hendrik P. Van Dalen
added 2 research items
De verhoging van de AOW-leeftijd is niet ongemerkt aan Nederlanders voorbijgegaan. Maar weten zij werkelijk hoe sterk de verhoging zal zijn volgens de huidige regels? Op basis van nieuw NIDI-onderzoek blijkt dat Nederlanders de leeftijd waarop zij AOW-gerechtigd zijn zwaar onderschatten. De voortdurend verschuivende AOW-leeftijd had al kwaad bloed gezet bij oudere werknemers in 2015, maar in de tussentijd is die boosheid alleen maar toegenomen.
Hendrik P. Van Dalen
added a research item
Het generatiepact is al een aantal jaren onder ons: een regeling waarbij ouderen met behoud van pensioenopbouw geleidelijk kunnen afbouwen om zo ook jongeren een kans te geven. NIDI-onderzoek laat zien dat belangstelling voor een dergelijke regeling groot is, maar ook dat het zwaartepunt van de belangstelling niet bij oudere werknemers ligt voor wie het impliciet bedoeld is - zwaar werk, laag inkomen of met mantelzorgbeslommeringen - maar bij de welvarende oudere werknemers.
Hendrik P. Van Dalen
added a research item
Een nieuw kabinet doet er goed aan een meer evenwichtige koppeling aan te brengen tussen levensverwachting en AOW-leeftijd, betogen drie NIDI-onderzoekers. Laat de stijging in de levensverwachting niet alleen doorwerken in een langere arbeidscarrière maar ook in een langere pensioenperiode.
Hendrik P. Van Dalen
added a research item
Minister Koolmees heeft toegezegd om de koppeling van de AOW-leeftijd aan de levensverwachting tegen het licht te houden. Zo'n onderzoek zou mogelijk het overleg over een nieuw pensioenakkoord vlot kunnen trekken op het punt van de AOW. Onderzoek van het NIDI laat zien dat Nederlanders een verhoging van gemiddeld 1,2 jaar redelijk vinden als men vijf jaar langer leeft. Een vertraging van de stijging van de AOW-leeftijd is mogelijk en betaalbaar. Het bevriezen van de AOW-leeftijd op 66 jaar zal echter een dure zaak worden.
Hendrik P. Van Dalen
added a research item
Minister Koolmees heeft toegezegd om de koppeling van de AOW-leeftijd aan de levensverwachting tegen het licht te houden. Zo'n onderzoek zou mogelijk het overleg over een nieuw pensioenakkoord vlot kunnen trekken. NIDI-onderzoekers De Beer, Van Dalen en Henkens nemen alvast een voorschot en presenteren een aantal alternatieven voor de huidige een-op-eenkoppeling aan de levensverwachting en de kosten die daaraan verbonden zijn. Een vertraging van de stijging van de AOW-leeftijd is mogelijk en betaalbaar. Het bevriezen van de AOW-leeftijd op 66 jaar zal echter een dure zaak worden.
Hendrik P. Van Dalen
added a research item
Het vertrouwen van werkgevers in het stelsel en hun pensioenuitvoerder wordt zelden onderzocht. Uit deze bijdrage blijkt dat werkgevers veel vertrouwen hebben in hun pensioenuitvoerder. Negen op de tien werkgevers heeft enig tot veel vertrouwen in hun pensioenuitvoerder. In dat licht is het niet vreemd dat de meeste werkgevers niet talen om over te stappen naar een andere pensioenuitvoerder.
Hendrik P. Van Dalen
added a research item
Veel oudere werknemers willen graag eerder met pensioen, zeker nu de AOW-leeftijd fors stijgt. Maar wat bepaalt eigenlijk de gewenste, de verwachte en de feitelijke pensioenleeftijd? Een uitgebreid onderzoek onder oudere werknemers (60-plus) aangesloten bij de pensioenfondsen ABP en PFZW, en het bedrijfstakpensioenfonds voor de Bouw.
Kene Henkens
added a research item
In this study, the relationship was investigated between attachment avoidance and attachment anxiety on the one hand, and job search intention, job search self-efficacy, job search self-esteem, and job search attitude on the other hand. Our sample consisted of 180 employees from an international industrial organization in the Netherlands. Results showed that attachment avoidance had a larger impact on the job search process than attachment anxiety. More avoidantly attached people had lower job search intentions, lower job search self-efficacy, and more negative job search attitudes. Attachment avoidance had an effect on job search intentions through job search self-efficacy and job search attitude but not through job search self-esteem. Attachment anxiety had no effect on job search intention through job search self-efficacy, job search self-esteem, and job search attitude. Attachment style is discussed as individual characteristic that impacts the job search process.
Hendrik P. Van Dalen
added a research item
Individual freedom of choice is a much heralded and cherished principle in democracies. Milton Friedman and colleagues at his alma mater, the University of Chicago, made this a cornerstone of their belief (Friedman & Friedman, 1990). The freedom of choice is the antidote to excessive government interference and an instrument which enables people to realize their goals and discipline agents and organizations. The call for freedom is getting louder as individualization of every life is becoming more and more visible and trust in institutions is eroding. Numerous sociologists of name and fame (Beck, 2002; Putnam, 2001) have documented this trend and predicted its dire consequences. Policy makers have translated this trend into privatizing tasks and services which were financed or provided on a collective scale. Of course, the question remains: do people really want to take the fate of their lives in their own hands? For simple products and services freedom can be safely entrusted to individuals, but for complex services with long lasting consequences freedom of choice may not be in the interest of citizens at all. This question will probably be at the forefront in debates about many reforms in social security, health care, pensions as governments are shifting risks from collective levels to the level of the individual.
Kene Henkens
added 2 research items
Empirical studies on the determinants of bridge employment have often neglected the fact that some retirees may be unsuccessful in finding a bridge job. We present an integrative framework that emphasizes socioeconomic factors, health status, social context, and psychological factors to explain why some people fully retired after career exit, some participated in bridge jobs, while others unsuccessfully searched for one. Using Dutch panel data for 1,221 retirees, we estimated a multinomial logit model to explain participation in, and unsuccessful searches for, bridge employment. About 1 in 4 retirees participated in bridge employment after retirement, while 7% searched unsuccessfully for such work. Particularly those who experienced involuntary career exit were found to have a higher probability of being unsuccessful at finding bridge employment. The current study provides evidence for the impact of the social context on postretirement work and suggests a cumulative disadvantage in the work domain in later life. © The Author 2015. Published by Oxford University Press on behalf of The Gerontological Society of America. All rights reserved. For permissions, please e-mail: journals.permissions@oup.com.
Demographic changes and labor market challenges highlight the importance of lifelong learning and development for all employees. The current study analyzes the factors that may influence managers’ propensity to offer older workers different kinds of training (specific or general). To investigate this question, a vignette study among 153 managers in Dutch organizations was conducted. Managers were randomly assigned into one of the four experimental conditions that involve a decision regarding specific or general training (aimed at internal or external mobility). The results suggest that managers perceive training incidences as a tool to increase productivity of older workers who perform well and are highly motivated, and far less as a tool to increase productivity of workers who need updating their human capital. The implication of these results is discussed.
Hendrik P. Van Dalen
added a research item
This study explored the psychological mechanisms that underlie the retirement planning and saving tendencies of Dutch and American workers. Participants were 988 Dutch and 429 Americans, 25-64 years of age. Analyses were designed to: (a) examine the extent to which structural variables were related to planning tendencies, and (b) develop culture-specific path analysis models to identify the mechanisms that underlie perceived financial preparedness for retirement. Findings revealed striking differences across the Netherlands and the United States not only among structural variables predictive of key psychological and retirement planning constructs, but also in the robustness of the path models. These findings suggest that policy analysts should take into account both individual and cultural differences in the psychological predispositions of workers when considering pension reforms that stress individual responsibility for planning and saving.
Hendrik P. Van Dalen
added a research item
Trust in pension institutions is pivotal in making pension decisions, like saving or enrolling in pension programs. But which traits of pension institutions matter in making or breaking trust in providers like pension funds, banks or insurance companies? This paper presents an empirical analysis of the underlying forces of trust in private pension providers in the Netherlands. Based on a large-scale survey among pension participants, we show that the perceived integrity, competence, stability and benevolence of pension providers matter in assessing their trustworthiness. First, pension funds are more trusted than banks or insurance companies, a difference that is primarily related to weights attached to perceived levels of integrity and stability. Second, higher educated participants have a significantly higher propensity to trust pension providers than lower educated. Third, transparency as perceived by participants plays virtually no role in establishing trust.
Hendrik P. Van Dalen
added 2 research items
The Dutch workforce is ageing rapidly.And so voices from various quarters are calling on people to extend their working lives. The underlying idea is that this would stimulate labour supply and at the same time broaden the tax and premium base of pension and social security systems.The public benefits of extending working careers have been set forth in numerous government policy proposals, but in practice achieving this has proven to be difficult. Recent NIDI research has shown that two thirds of all employees retire earlier than planned.
Het NIDI is begin 2001 een panelonderzoek gestart onder oudere werknemers en dat onderzoek geeft een gedetailleerd inzicht in het pensioneringsproces. De ervaringen van 1.700 werknemers van 50 jaar en ouder van vier grote organisaties in Nederland vormen de bron van de onderzoeksbevindingen. Hun keuzes op de arbeidsmarkt zijn tussen 2001 en 2007 gevolgd.
Hendrik P. Van Dalen
added 4 research items
De Nederlandse pensioenfondsen hebben roerige jaren achter de rug. De vraag is of het gevoerde beleid en de veranderde pensioenomgeving het vertrouwen van de deelnemers heeft aangetast. Op basis van paneldata blijkt het vertrouwen in pensioenfondsen tussen 2004 en 2006 te zijn toegenomen. Deze toename vinden we evenwel alleen terug onder de deelnemers die zichzelf relatief veel pensioenkennis toeschrijven. Opvallend is dat bij deze groep deelnemers het vertrouwen in de overheid juist is gedaald.
Hendrik P. Van Dalen
added 4 research items
Nations in Europe have been developing rapidly since the formation of the European Union (EU), not only socially and demographically, but economically as well. One question a number of countries will face during this period of structural transition will be how (and how well) they are able to support their citizens in old age. A related question involves whether individuals worry about their financial future in retirement, and the extent to which they take active steps to save in order to ensure an adequate standard of living. In this study, we analyze data from the third wave of the European Social Survey, which represents 22,609 working adults from 23 countries in Europe. We used multilevel modelling to focus on the explanatory factors that underlie individual and country-level effects in future pension worry and saving behavior. Findings suggest that once individual-level dimensions are taken into account, country-level predictors explain appreciable variance in worry, but not saving practices. Pension worries are more severe in countries with a low retirement age and a strong projected increase in future population aging. This suggests that the drive toward raising the retirement age in a number of EU countries may alleviate some of the worries of its citizens.
Current theoretical models support the existence of interactions between the individual and socio-environmental forces when it comes to the formation and enactment of life plans (Friedman & Scholnick, 1997; Shanahan & Elder, 2002). In this investigation, we examine the social, economic, and psychological forces that impact financial planning for retirement. The collective force of these three broad sets of influences was examined from developmental and cross-cultural perspectives, among respondents from two countries with very different retirement financing systems. Participants were 419 American and 556 Dutch working adults, 25-64 years of age. Path analysis models were created to examine differences in planning associated with age and national origin. Compared to younger individuals, older respondents in both countries were more involved in nearly all aspects of the financial planning process. Differences across cultures were also observed in the social support mechanisms that underlie planning and the impact economic forces have on perceptions of saving adequacy. The discussion focuses on the value of developing interdisciplinary theoretical models of planning, and how such models can inform the development of savings-oriented intervention and public policy initiatives.
Kene Henkens
added 2 research items
In het debat over het pensioenstelsel krijgt de pensioenvoorziening van zzp’ers veel aandacht. In het huidige stelsel hebben vooral oudere, hoogopgeleide zelfstandigen een aanvullend pensioen. De belangrijkste belemmering voor het afsluiten van een aanvullend pensioen zijn de bijbehorende hoge kosten. Dit heeft tot gevolg dat zzp’ers weinig belangstelling hebben voor deelname aan collectieve pensioenregelingen en ook weinig zien in van bovenaf opgelegde solidariteit.
Kene Henkens
added 2 research items
Although from a life course perspective women’s retirement timing can be expected to be related to family events earlier in life, such as childbirth and divorce, empirical insights into these relationships are limited. Drawing on three-wave panel data, collected in 2001, 2006–2007, and 2011 among Dutch female older workers (n = 420) and if applicable their partners, this study examines retirement intentions and behavior in relation to past and proximal preretirement family experiences. The results show that women who postponed childbearing and still have children living at home during pre-retirement years have the intention to retire relatively late. For retirement behavior, this effect was not statistically significant. Ever divorced single women both intend to and actually retire later than continuously married women. Repartnering after a divorce seems to offset the negative divorce effect: retirement timing intentions and behavior of repartnered women did not differ from continuously married women. Also the pre-retirement financial, health, and work opportunity structure—factors that are often central in studies among men—did play an explanatory role. Women who have a less beneficial preretirement financial situation, a better health situation, and challenging work intend to and actually retire relatively late.
Retirement is characterized as a dynamic process that can designate different outcomes: from early retirement to re-entry to the labour force. Recent studies on the Dutch population show that a substantial number of early retirees re-enter the work force after early retirement. Yet others do not succeed, even though they want to return to the labour force. The question arises as what are the factors that affect managers’ likelihood of hiring early retirees. In this study we aim at explaining which individual and organisational characteristics affect managers’ decisions. To answer this question, a vignette study among Dutch managers and business students was conducted. Profiles of hypothetical early retirees were presented to the respondents who were asked to make specific employment decisions. The results show that hiring early retirees is of low priority to managers and students, and depends to a large extent on organisational forces such as personnel shortages and the age of the retiree. This study suggests that despite equal opportunities policies, age discrimination is still present on the Dutch labour market.
Hendrik P. Van Dalen
added a research item
Are retirement savings sufficient to finance a good pension income? This highly uncertain and subjective dimension of life cycle decision making is assessed among married working individuals using an identical survey distributed to Dutch and American workers in 2007. Despite marked differences in expected and needed pension replacement rates - where the Dutch replacement rates are systematically higher than the American rates - the perceived savings adequacy is more or less the same across Dutch and American workers. Moreover, individuals' perceived savings adequacy was found to be influenced by the three groups of factors: institutional forces, social forces and psychological dispositions. This study shows that differences in the mind set of American workers plays a far larger role in explaining differences in perceptions of savings adequacy than it does in the Netherlands.
Hendrik P. Van Dalen
added a research item
The current landscape of retirement is changing dramatically as population aging becomes increasingly visible. This review of pressing retirement issues advocates research on (1) changing meanings of retirement; (2) impact of technology; (3) the role of housing in retirement; (4) human resource strategies; (5) adjustment to changing retirement policies; (6) the pension industry; and (7) the role of ethnic diversity in retirement.
Kene Henkens
added 2 research items
The general assumption in past research on coupled retirement is that men and women prefer joint retirement. The current study tests this assumption and hypothesizes that preferences to retire jointly are associated with (a) the work and relationship attachment of both members of the couple, and (b) the respective spouse’s preferences. The results show that the majority of dual-earner couples have no preference for joint retirement. Male and female spouses with either weak work attachment or strong relationship attachment are more likely to prefer to retire jointly. Moreover, spouses strongly influence each other’s preferences.
Uitzitten’ tot je 62ste, 65ste of straks je 67ste. Veel oudere werknemers met een vast contract zijn ongemotiveerd als het gaat om hun werk. Een Gouden Kooi, waarbij nu alleen nog het pensioen de bevrijding biedt. Maar dat kan en moet anders, menen twee onderzoekers van het nidi. Niet zozeer door de arbeidsmarkt te flexibiliseren, maar door werknemers deelgenoot te maken van het vergrijzingsrisico.
Hendrik P. Van Dalen
added a research item
Werken na de AOW-leeftijd komt steeds vaker voor in Nederland, maar is voor veel oudere werkne-mers onbereikbaar doordat zij automatisch worden ontslagen bij het bereiken van de AOW-leeftijd. Dat is niet het geval bij de rijksoverheid, waar het sinds 2008 staand beleid is om ouderen niet au-tomatisch te ontslaan bij het bereiken van de AOW-leeftijd, maar in principe iedereen de mogelijk-heid te bieden om door te werken na de AOW-leeftijd. In dit artikel onderzoeken we of dit formele beleid ertoe heeft geleid dat rijksambtenaren zich ook gestimuleerd voelen om door te werken na de AOW-leeftijd en in welke mate zij informele drempels ervaren die hen van deze stap weerhouden. We gebruiken data uit het NIDI Werk-en Pensioenpanel (2015), waarin 6734 werknemers van 60 jaar en ouder van drie grote pensioenfondsen (overheid, bouw, zorg) zijn ondervraagd over werk en pensioen. De 341 rijksambtenaren in deze data worden vergeleken met 1030 overige ambtenaren en ruim 5000 oudere werknemers uit overige sectoren. De resultaten tonen dat rijksambtenaren gemiddeld meer vrijheid ervaren om door te werken na de AOW-leeftijd. Echter, ruim een kwart van hen voelt zich niet vrij om deze keuze te maken. Dit komt onder andere doordat veel rijksambtenaren inschatten dat hun leidinggevende het niet prettig zou vinden als zij zouden doorwerken. Hierdoor verschillen rijks-ambtenaren qua gewenste en verwachte pensioenleeftijd nauwelijks van overige oudere werknemers. Het loslaten van een verplichte pensioenleeftijd leidt er dus niet toe dat veel meer oudere werknemers doorwerken na de AOW-leeftijd. Dit heeft vooral te maken met informele drempels.
Hendrik P. Van Dalen
added a research item
Herintreding van vroeggepensioneerden Onderzoek uitgevoerd door het OSA Institute for Labour Studies, Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut en Expertisecentrum LEEFtijd in opdracht van de Raad voor Werk en Inkomen De Raad voor Werk en Inkomen is het overlegorgaan en expertisecentrum van werkgevers, werknemers en gemeenten. De RWI doet voorstellen aan de regering en andere partijen over het brede terrein van werk en inkomen. Doel van deze voorstellen is een goed functionerende arbeidsmarkt te bevorderen. Het vergroten van de transparantie van en het verbeteren van de kwaliteit op de re-integratiemarkt behoort eveneens tot de kerntaken van de RWI.
Hendrik P. Van Dalen
added a research item
Met de vergrijzing en krimp van de beroepsbevolking zal het belang van de oudere werknemer toenemen.Toch is de positie van oudere werknemers nog wankel zo blijkt uit onderzoek van het NIDI voor het ministerie van Economische Zaken. Maar wat is de kracht van de oudere werknemer en wie zien werknemers zelf als lichtend voorbeeld als het gaat om werken tot op hoge leeftijd?
Hendrik P. Van Dalen
added 2 research items
De kredietcrisis heeft zijn sporen op veel terreinen achtergelaten, zo ook op het terrein van pensioenfinanciering en -beheer. De enorme koersval in 2008 heeft in zowel de private beleggingsportefeuille als in het vermogen van pensioenfondsen een groot gat geslagen. De kredietcrisis heeft daarmee een vertrouwenscrisis in het pensioenbeheer teweeg gebracht, waarbij de pensioenfondsen tezamen met de verzekeraars de grote verliezers zijn. De Nederlandse overheid is de enige partij die winst boekt in de hoofden van pensioenspaarders.
Pensioenmigratie spreekt tot de verbeelding.Nederlandse werknemers worden bijna dagelijks gebombardeerd met beelden en stereotypen van pensioenmigranten.In het verleden verbeeldden acteurs als Kees Brusse en Huub Stapel het uiteindelijke doel van onze spaarcenten:Zwitserland of anders wel een tropisch eiland.Maar is het wel een massaal fenomeen en als mensen vertrekken,waar gaan ze dan uiteindelijk naar toe?
Hendrik P. Van Dalen
added 2 research items
Reforms of private pension plans across the world are involving the introduction of more options for pension holders to make choices to suit their preferences. Freedom of choice is not, however, a unidimensional concept despite being commonly perceived as such by policymakers. Using a unique panel survey among Dutch employees, we offer a refined typology of preferences with respect to freedom of choice. For most pension contract issues—level of pension savings, investment choice, and risk coverage—a minority (14–26%) of participants value individual freedom of choice, whereas most would either prefer to let their pension fund make the decisions, or they favor a mixed model whereby they have the option to exercise individual choice but are not obligated to take this option, or they are simply indifferent with respect to how their pension contract is designed and financed. Pension holders who distrust their pension fund or who do not express solidarity with other participants are more likely to prefer freedom of choice than those who feel a high level of solidarity and have a high level of trust in their pension fund.
Kene Henkens
added 2 research items
Purpose The central theme of this article is early retirement intentions and burnout among older workers. The paper aims to investigate whether there is a relationship between the burnout dimensions exhaustion, cynicism and competence and retirement intentions. Design/methodology/approach The data were taken from a survey held among Dutch older workers (50+) and their spouses ( n =2,892). Findings The results show that a high workload, heavy physical work, lack of challenge, autonomy and social support from colleagues and managers are related to burnout complaints, although in a different way for the three dimensions. The results show that besides the effect of burnout, retirement intentions are related to the level of marital quality. Older workers who report a higher level of marital quality report a stronger intention to retire. Burnout and retirement intentions are related, but appear to have partly different predictors. While burnout can generally be explained by the work environment, non‐work related factors enhance the understanding of retirement intentions. Originality/value This study shows that actual retirement is often preceded by feelings of burnout, in particular a mental detachment from work and feelings of exhaustion.
Er is een gestage groei van het aantal werkende tweeverdieners onder 60-plussers. Velen van hen zouden samen met pensioen willen gaan, maar schrikken van het prijskaartje. Door de stijging van de AOW-leeftijd moeten jongere partners nu soms extra lang doorwerken nadat hun oudere partner is gestopt.
Hendrik P. Van Dalen
added a research item
Jarenlang is de pensioenleeftijd van 65jaar geen punt van discussie geweest. Dat is veranderd. De Nederlandse bevolking vergrijst. Hierdoor dreigen de pensioenbeloften onbetaalbaar te worden en komt ook het arbeidsaanbod in de komende jaren in gevaar. Vanuit verschillende hoeken wordt de pensioenleeftijd ter discussie gesteld. Daarbij wordt vaak verwezen naar de stijging van de levensverwachting. Een van de ideeën is om - naar Zweeds model - de pensioenleeftijd te koppelen aan de levensverwachting. Een dergelijke koppeling lijkt gemakkelijker bedacht dan gedaan. Hier wordt ingegaan op enkele valkuilen bij het gebruik van zo’n koppeling
Hendrik P. Van Dalen
added a research item
We ask how pension fund trustees deal with the booms and busts that funds encounter, and to what extent the decisions of pension fund trustees are affected by behavioral biases. We examine these issues by using a vignette-method field experiment among Dutch pension fund trustees. We find that trustees display choices that accord with the phenomenon of loss aversion and that trustees allow their choices to be affected by the forces of social comparison: the reserve position of their fund compared to the position of other funds has a significant influence in choosing a pension fund policy mix.
Hendrik P. Van Dalen
added a research item
What drives the perceptions of pension savings adequacy and what do workers expect to receive when they retire? These questions are assessed among married workers using an identical survey distributed to Dutch and American workers in 2007. Despite marked differences in expected pension replacement rates – where the Dutch replacement rates are systematically higher than the American rates – the perceived savings adequacy is more or less the same across Dutch and American workers. In both countries, about half of the respondents were confident they had amassed sufficient retirement savings. Individuals' perceived savings adequacy was found to be influenced by three groups of factors: trust in pension institutions (pension funds, banks, insurance companies and governments), social forces and psychological dispositions. This study shows that differences in the dispositions of workers (with respect to future orientation and financial planning) played a far larger role in explaining differences in perceptions of savings adequacy in the United States than in The Netherlands. Dutch workers rely and trust their pension fund and seem to leave thinking about and planning for retirement to its managers.
Hendrik P. Van Dalen
added a research item
Normen spelen een grote rol in het maatschappelijk leven. Zo ook in kwesties rond de levensduur. Die normen worden echter zelden hardop uitgesproken. In een nieuw onderzoek van Van Dalen en Henkens wordt die norm wel uitgesproken en gevraagd. Wat vinden Nederlanders een mooie leeftijd om in het leven te bereiken? En willen mensen wel 100 jaar worden? Gemiddeld genomen is 86 jaar de mooie leeftijd die Nederlanders hopen te bereiken. Als het ouder worden niet gepaard gaat met gezondheidsklachten dan zouden drie op de vier Nederlanders 100 jaar willen worden.
Hendrik P. Van Dalen
added 2 research items
In deze bijdrage nemen Harry van Dalen en Kène Henkens (beiden NIDI-KNAW) twee zaken onder de loep. Allereerst wordt bezien hoe het staat met het pensioenvertrouwen, hoe zich dat over de afgelopen jaren heeft ontwikkeld en wat dat vertrouwen bepaalt. Vervolgens wordt bezien in welke mate keuzevrijheid in pensioenzaken op het niveau van de pensioendeelnemer enig soelaas biedt in het verstevigen van het vertrouwen in het pensioenstelsel en het eigen pensioenfonds in het bijzonder. De beantwoording van deze vragen geschiedt aan de hand van een enquête die door het NIDI is ontwikkeld.
Hendrik P. Van Dalen
added a research item
Pensioenfondsen zijn naarstig op zoek naar oplossingen om het Nederlandse stelsel te behouden. Meer risicobereidheid van hun deelnemers dan wel minder ambitie zijn veel geopperde opties. In veel reken-en denkexercities blijft men echter vastzitten in standaardmodellen waarin werknemers 'betalen' voor het nemen van risico met een lager of een hoger pensioeninkomen. Van Dalen en Henkens proberen het over een andere boeg te gooien en laten in een pilotstudie zien dat werknemers bereid zijn meer risico te nemen als ze mogen 'betalen' met tijd – langer doorwerken of eerder uittreden – dan wanneer ze betalen met (spaar)geld.
Hendrik P. Van Dalen
added 5 research items
Het omgaan met beperkte rationaliteit onder pensioendeelnemers stelt pensioenbeleidsmakers voor dilemma’s in het ontwerpen van pensioenproducten alsmede het vormgeven van pensioentoezicht en – beheer. Het vertrouwen onder deelnemers in pensioenfondsen is hoog en de vraag is of pensioenfondsen dit ook weten te behouden. Pensioenbestuurders erkennen het belang van governance en het feit dat pensioenproducten complex zijn maar geven hier onvoldoende gevolg aan in de vorm van passende beleidsreacties. Twee ontwikkelingen voor een houdbaar pensioenstelsel liggen voor de hand. Gegeven de diversiteit van pensioendeelnemers naar pensioenkennis en voorkeuren zullen pensioenfondsen pensioenproducten moeten ontwikkelen die collectieve zekerheid bieden maar tegelijkertijd ook meer ruimte geven aan individuele keuzevrijheid. Ten tweede zal de vormgeving van ‘pension fund governance’ verder ontwikkelen waarbij de deelnemer centraal staat: risicodragers in de pensioenregeling moeten ook meebeslissers worden.
Hoe komt het vertrouwen terug bij banken en verzekeraars? Volgens de Code Banken moet de integriteit en het belang van de klant uitdrukkelijk centraal gesteld worden. In deze bijdrage laten Van Dalen en Henkens zien dat de spelers in de verschillende sectoren van de financiële wereld nog een lange weg te gaan hebben. De perceptie dat banken en verzekeraars de belangen van de klant centraal stelt is ver te zoeken. Als gekeken wordt naar wat het zwaarst weegt in de opinie van consumenten dan is het vooral het gebrek aan eerlijkheid en stabiliteit.
How do pension fund trustees deal with demographic and economic shocks? We examine this issue by using a vignette study among pension fund trustees in the Netherlands. Trustees show asymmetric reactions to shocks in the level of reserves of pension funds. Pension premiums are upwardly flexible but trustees are reluctant to decrease premiums. Asymmetries are also revealed by choices regarding the inflation indexation of benefits and changing real (defined) benefits. Asymmetry is not visible in the policy responses to demographic shocks: increases in life expectancy are reflected by taking structural measures for a defined benefit contract: raising pension premiums and the pension age. Furthermore, trustees allow their choices to be affected by the forces of social comparison: the reserve position of their fund compared to the position of other funds has a significant influence in choosing pension fund policy instruments.
Hendrik P. Van Dalen
added a research item
De levensverwachting bij geboorte bedraagt op dit moment 80 jaar voor mannen en 83 jaar voor vrouwen. Het bereiken van een leeftijd van rond de tachtig is tegenwoordig dus heel normaal. En een op de vier mensen wordt ouder dan 90. Maar hebben we zelf wel door hoe lang we zullen leven? Vooral hoogopgeleide vrouwen blijken hun eigen levensverwachting sterk te onderschatten.
Hendrik P. Van Dalen
added a research item
When it comes to financial preparation for retirement, self-employed workers in many European countries face unique challenges not encountered by traditional wage earners. This is particularly true for self-employed workers because many self-employed individuals do not have large-scale access to employer-sponsored pensions, which are a mainstay of pension support for most workers in developed countries. In this investigation, we explored the saving practices and perceived future pension adequacy of self-employed workers aged 15–65 in Germany (N = 702) and the Netherlands (N = 655). Of particular interest for understanding saving practices was whether respondents felt that they voluntarily chose to become self-employed, or whether they felt " forced " to enter self-employment due to economic or labor market pressures. Forced self-employed individuals—some 25% of those who became self-employed out of necessity—were found to be less likely to save for retirement than their voluntary self-employed counterparts, and they envisioned a less optimistic future pension scenario for themselves. Discussion focuses on the need to change institutional practices and public policies that place self-employed individuals at a disadvantage— particularly those who are driven into self-employment based on economic pressures and a lack of opportunities in the traditional labor market.
Hendrik P. Van Dalen
added a research item
De Algemene Ouderdomswet (AOW) is een volksverzekering waarmee iedere ingezetene van Nederland verzekerd is van een inkomen op zijn oude dag. Om voor een volledige AOW in aanmerking te komen moet men in de vijftig jaar voorafgaand aan de AOW-leeftijd in Nederland gevestigd zijn geweest. Zo niet, dan wordt de AOW-uitkering gekort met 2 procent voor ieder jaar dat men in het buitenland verbleef. Immigranten komen in de regel op een volwassen leeftijd naar Nederland en hebben daarom vaak te maken met een onvolledige opbouw van hun AOW-rechten.
Hendrik P. Van Dalen
added a research item
Vanaf 2016 wordt jaarlijks bekeken hoe sterk de AOW-leeftijd moet stijgen waarbij de levensverwachting de bepalende factor is. De facto komt de huidige koppeling erop neer dat iedere stijging van de levensverwachting vertaald wordt in een net zo sterke stijging in pensioenleeftijd. Volgens De Beer, Van Dalen en Henkens zal op lange termijn de balans tussen werk-en pensioenjaren danig uit het lood zijn geslagen als de levensverwachting door blijft groeien. Met andere woorden, de AOW-leeftijd stijgt met de huidige koppeling te hard. Een nieuwe regering doet er goed aan om een evenwichtige koppeling aan te brengen.
Hendrik P. Van Dalen
added a research item
De AOW-leeftijd is de afgelopen jaren versneld verhoogd en die verhoging heeft gezorgd voor de nodig ophef. Oudere werknemers die dicht tegen hun pensioen aanzitten voelen zich danig bedrogen. NIDI-onderzoekers De Beer, Van Dalen en Henkens nemen deze boosheid serieus en ontrafelen de krachten die daarachter schuil kunnen gaan. Zij laten zien dat de versnelde verhoging van de AOW-leeftijd danig uit de pas loopt met de toename van de levensverwachting van generaties. Deze verhoging mag op macroniveau als een dubbel dividend worden gezien, op microniveau voelt de versnelde verhoging van de AOW-leeftijd als een 'overval' voor de generaties die deze versnelling treft.
Hendrik P. Van Dalen
added a project goal
To understand the choices people make with respect to their retirement date and financing their pension. Understanding the role of trust in pension providers, social norms and the cognitive limitations in making or not making decisions.