Project

Honors Education

Updates
0 new
1
Recommendations
0 new
0
Followers
0 new
3
Reads
0 new
37

Project log

P.J. van Eijl
added a research item
Het hoger onderwijs moet studenten voorbereiden op een werkomgeving waarin artificiéle intelligentie een belangrijke rol zal spelen. Hoe pak je dat aan? Volgens Albert Pilot, Pierre van Eijl en Josephine Lappia kunnen hogescholen en universiteiten veel leren van de zogeheten honoursprogramma's.
P.J. van Eijl
added 21 research items
In Dutch Universities Honours Programmes are a recent and fast growing development. The first such programmes started in 1993 as tracks for students who want to do more and can do more than the regular programme asks them to do. Ten years later 25 programmes have been developed at nearly all Dutch research-based universities. Remarkable are the diversity in the type of programmes, the aims and contents, the length, and the positioning in the curriculum. In this study we describe the types of programmes (year 2003/2004), the certificates involved and the procedures for selection of the students.
In het Nederlandse hoger onderwijs is talentontwikkeling voor studenten die meer kunnen en meer willen dan het reguliere onderwijs hun biedt, een belangrijk onderdeel van het onderwijsbeleid en een opvallende trend. Universiteiten en hogescholen werken aan honoursprogramma’s, Honours Colleges, Top Classes en andere activiteiten voor hun meest talentvolle studenten om die te stimuleren tot excellente prestaties. De overheid stimuleert talentontwikkeling ook via het zogenoemde Siriusprogramma. Talentontwikkeling is niet nieuw, maar het onderzoek daarnaar in het Nederlandse hoger onderwijs is dat wel. Dit artikel geeft een onderzoeksagenda waarbij de uitkomsten van twee bijeenkomsten met stakeholders als input gebruikt worden. Geïnventariseerde praktijkvragen zijn vanuit een theoretisch perspectief geordend in een onderzoeksagenda. Die agenda is bedoeld als startpunt voor visieontwikkeling over onderzoek, dat gekoppeld is aan praktijkvragen en aan theorievorming over talentontwikkeling.
P.J. van Eijl
added a research item
The Editorial Board is honored to present you the third issue of the Journal of the European Honors Council (JEHC). With the JEHC, we aim to share knowledge and good practices regarding honors programs and talent development programs in higher education. This third issue (volume 2, issue 1) is the result of an open call for papers. Still, we can discern a common theme in this issue. The contributions show how a research-based approach can be practically applied in talent development, both in the didactical approaches and the organizations of programs for talented students.
P.J. van Eijl
added 3 research items
In Europe, there is a growing interest in honors education, not only in the bachelor’s but also in the master’s degree. The Dutch government, for instance, is actively promoting excellence in both bachelor’s and master’s degrees through honors programs (Siriusteam). Most Dutch universities have honors programs at the bachelor’s level or are developing them. Some universities have also recently introduced honors into their master’s programs, stimulated by recent publications (van Eijl, Wolfensberger & Pilot). Because honors master’s programs are a new phenomenon in higher education and are still exceptional in the United States of America, we have undertaken a research project to study them (van Ginkel & van Eijl).
Key points of honours communities: • Students in honours programmes often form networks of contact: honours communities a form of learning community. • The participants in such an honours community experience a ‘sense of community’ that binds them together. • Honours communities consists of students, but also teachers and external partners can participate. • Honours communities, but also other networks of contacts, are important for talent development. • Contact can be face-to-face as well as online. • Activities can be educational but also informal (networking, social) • New initiatives and cooperating with others in an honours community on challenging tasks, are important for talent development.
P.J. van Eijl
added 2 research items
In Dutch universities, honors programs are a fast growing development. The first such programs started in 1993. Twenty years later a large number of programs are implemented at nearly all research universities and also at many universities of applied sciences in the Netherlands. Recent data have revealed significant diversity in the types and structures of honors programs, many of which have functioned as laboratories of educational innovation within university- wide curricula and had positive spin-off effects on the regular curriculum and also on the transfer of talented students from secondary into higher education. Especially in the last decade, these spin-offs have had a strong influence on educational policy in the Netherlands at the primary and secondary as well as university levels.
Research has shown that honors programs often provide active networks of students that contribute to the development of the students’ talents (De Boer & van Eijl; van Eijl, Pilot & Wolfensberger). These contact networks are also described as “learning communities” (Wilson et al.) and “honors communities” (van Eijl, Pilot & Wolfensberger). Such communities foster productive interaction among students, teachers, and other professionals during their affiliation with the program and beyond. As a result of such connections, students discover new learning opportunities and gain experience in organizational and leadership skills. In honors programs, in particular, these contacts are an essential component of what defines and separates honors activities as special enhancements of a student’s overall educational experience (van Eijl, Wolfensberger & Pilot). Our study focuses on design principles, key characteristics, strategies, and successful examples that characterize the development of honors communities.
P.J. van Eijl
added 2 research items
Waarom een boek over onderwijsprincipes gericht op ontwikkeling van professionele excellentie? In het hoger onderwijs in Nederland zijn de laatste jaren veel onderwijsprogramma’s ontwikkeld voor ‘hoogvliegers’, studenten die meer willen en meer kunnen dan het reguliere programma hun biedt. De universiteiten van Utrecht en Leiden zijn begin jaren ‘90 gestart met zogenoemde honoursprogramma’s en andere universiteiten en hogescholen volgden met vergelijkbare programma’s. Er is in het laatste decennium een veelheid aan honoursprogramma’s ontstaan met een eigen karakter. Die programma’s zijn gericht op de kenmerken van excellente professionals in een beroepsdomein. Tal van onderwijsinstellingen werken aan de ontwikkeling van deze honoursprogramma’s, op verschillende manieren, maar vaak met groot succes. Toch weten docenten van honoursprogramma’s vaak niet hoe docenten van andere instellingen dit honoursonderwijs verzorgen. Om deze reden hebben we in dit boek de ervaringen gebundeld van een aantal hogescholen en universiteiten met honoursonderwijs, specifiek gericht op professionele excellentie. Tegelijk hebben we geprobeerd met achtergrondinformatie en resultaten van wetenschappelijk onderzoek, meer diepgang te geven aan het denken over honoursonderwijs en de opgedane ervaringen toegankelijk te maken voor een grotere groep geïnteresseerden. Een grote groep docenten in honoursonderwijs is bereid geweest om als auteur een bijdrage te leveren aan dit boek. Dat heeft ook een diversiteit opgeleverd aan voorbeelden van allerlei aspecten van honoursprogramma’s, die gericht zijn op ontwikkeling van professionele excellentie.
In higher education in the Netherlands, many educational programmes have been developed in recent years for 'highflyers', students who wish to achieve more and are able to achieve more than regular programmes offer them. At the beginning of the 1990s, the universities of Utrecht and Leiden started so-called honours programmes and many other institutions for higher education followed suit with similar programmes. In the last decade, numerous honours programmes have emerged, each with its own character. Some programmes focus on the characteristics of excellent professionals within a professional domain. Since the latter are relatively new, their contents, structure and pedagogical approach are undergoing a rapid development. To stimulate this development, the experience of a number of universities of applied sciences and research universities with honours programmes with a specific focus on professional excellence have been combined in this book. By providing background information and the results of scientific research, we have tried to add more depth to thinking about honours education and to make the experience acquired accessible to a larger group of interested parties. A large group of teachers in honours education have been willing to make a contribution to this book as authors. This has resulted in diverse examples with a wide variety of aspects of honours programmes which focus on the development of professional excellence.
P.J. van Eijl
added 2 research items
Er is veel enthousiasme voor de ontwikkeling van honoursonderwijs Honoursonderwijs is snel in omvang toegenomen in het WO en (recent) ook in het HBO. De innoverende kwaliteiten brengen veel enthousiasme teweeg bij de betrokkenen studenten, docenten en onderwijsleiding. Honours is ‘anders, niet meer van hetzelfde’ Honours is anders door meer diepgang, interactiviteit, samenwerkend leren, uitdaging, ontdekkend leren, reflectie, eigen initiatief en interesse, zelfstandigheid en soms competitie. Het contact student-docent is essentieel gezien voor het inspirerende karakter. Studeren met zeer gemotiveerde medestudenten is een belangrijke stimulans. De honoursdocent functioneert ook als voorbeeld voor wetenschap en collegialiteit. Honoursonderwijs is vooral ánder onderwijs met accent op een hogere complexiteit van de stof. Modellen voor honoursprogramma’s Het drie window model biedt een referentiekader waarbij de beschreven vier cases van (universitair) honoursonderwijs illustraties vormen. Deze programma’s kunnen een modelfunctie hebben. De overzichten, uitspraken op basis van ervaring en voorbeelden van ‘good practice’ kunnen nuttig zijn bij het opzetten van nieuwe programma’s. Afstemming (matching) student-opleiding bij de toelating én tijdens het programma Matching van student en honoursprogramma gebeurt bij de selectie en tijdens het programma. Evaluaties en persoonlijke feedback spelen een duidelijke rol om een geschikt honoursprogramma te ontwikkelen en studieactiviteiten af te stemmen op de beoogde talentontwikkeling. Diversiteit aan honoursprogramma’s Er is een zeer grote diversiteit aan honoursprogramma’s. Niet één honoursprogramma is volledig vergelijkbaar met een ander. Er zijn verschillende manieren om deze programma’s inhoud en vorm te geven. Ze veranderen ook regelmatig inhoudelijk en organisatorisch, er is sprake van een dynamische ontwikkeling. Ook kwaliteitsbewaking van dit onderwijs moet daarom maatwerk zijn. Succes in honours zichtbaar via een aantal indicatoren Succes van honoursonderwijs is vooralsnog moeilijk ‘hard’ te meten in termen van succes in wetenschap en beroep; daarvoor zijn de programma’s te nieuw en zijn er ook methodologisch grote obstakels. Uit evaluaties komen ’praktijkindicatoren’ voor de kwaliteit, zoals de perceptie van studenten om uitdagende, moeilijke dingen te doen, hard te werken en goede resultaten te boeken. Honours als onderdeel van een instellingsbeleid gericht op talentontwikkeling Bij instellingen voor hoger onderwijs is talentontwikkeling steeds meer onderdeel van het onderwijsbeleid. Dit beleid is o.a. gericht op het ontwikkelen en faciliteren van honoursonderwijs, het ondersteunen van docenten bij de ontwikkeling van initiatieven, en professionalisering van de docenten. Wensen uit het maatschappelijk en wetenschappelijk veld: IQ maar ook EQ. In interviews met het werkveld wordt de nadruk gelegd op initiatiefkracht, verandercapaciteit, ambitie en doorzettingsvermogen. Dit kan ‘vertaald’ worden naar een onderwijsomgeving door meer aandacht te vragen voor het matchen van talent in vraaggestuurd onderwijs, stof aanbieden met een grotere complexiteit naast een hogere moeilijkheidsgraad, sociale vaardigheden, diversiteit, interdisciplinariteit, groeipotentieel, emotionele vaardigheden (EQ), parallelle onderzoekslijnen, samenwerken in open netwerken en domeindoorbrekend denken. Honoursonderwijs als ‘tool for promoting excellence’ De casestudies laten vele signalen zien dat extra talentontwikkeling daadwerkelijk lukt. Juist een groep studenten die veel kan en gemotiveerd is, vindt hier een mogelijkheid om zich verder te ontwikkelen op een manier die bij hen past. Ze krijgen meer vakinhoudelijk verdieping of verbreding, training in communicatie, samenwerken en leidinggeven, aandacht voor ethiek, mondiaal denken e.d. Deze kwaliteiten zijn zowel in wetenschap én professionele praktijk van belang. Honoursprogramma’s vormen ook een stimulans voor vernieuwing vanwege het niveauverhogend effect op de opleiding of instelling, en geven een versterking van de kerntaak van universiteit en hogeschool: talentontwikkeling, dieper- en verdergaande vorming en excellentie in de professionele praktijk en wetenschap. Honoursprogramma’s zijn voor instellingen ook een laboratorium voor onderwijsinnovatie. Agenda voor de toekomst Het honoursonderwijs is een succes. Het onderzoek, dat tot bovenstaande conclusies heeft geleid, vormt de basis voor een agenda voor de toekomst. Deze agenda heeft tot doel excellentie in het onderwijs verder te ontwikkelen, en omvat de volgende actiepunten: 1. Versterking beeldvorming van honoursprogramma’s Coherente beeldvorming van honoursprogramma’s is cruciaal voor het succes ervan. Dit geldt voor de potentiële deelnemers én voor de werkgevers van deze talentvolle afgestudeerden. De lijst met tien ‘kernpunten van een volledig ontwikkeld honoursprogramma’ kan daarbij uitgangspunt zijn. Tien kernpunten van een volledig ontwikkeld honoursprogramma 1. Het honoursprogramma heeft een ‘missie statement’ dat uitgangspunt is voor de voorlichting, opzet, uitvoering en kwaliteitszorg van het honoursonderwijs. 2. Selectie van studenten op interesse voor het honoursprogramma, een actieve werkhouding en bovengemiddelde inhoudelijke capaciteiten 3. Docenten die inspireren tot excellente prestaties, een diepgaande discussie stimuleren en een voorbeeldfunctie vervullen voor studenten 4. Didactiek gericht op excellentie met uitdagende opdrachten van een hoog inhoudelijk niveau en divers in vormgeving met een nadruk op ‘ontdekkend leren’ 5. Inhoudelijk verdiepend én verbredend programma-aanbod waarbij ook aandacht is voor leiderschaps-, communicatieve en sociale vaardigheden. 6. Waardering voor excellente prestaties en veel ruimte voor nieuwe ideeën en creatieve initiatieven van studenten; facilitering daarvan, vooral als die buiten de gebaande kaders vallen 7. Veel aandacht voor feedback van docenten en medestudenten op individuele talentontwikkeling en persoonlijke ontwikkeling door het programma heen 8. Studenten stimuleren elkaar ook via teamwerk, honours communities en extra-curriculaire activiteiten 9. Voldoende omvang (minimaal 20% van de opleiding), intensiteit en duur van het honoursprogramma zodat talenten zich echt kunnen ontwikkelen 10. Een organisatie die specifiek het honoursprogramma ondersteunt met voldoende bestuurskracht en middelen en met een grote inbreng van studenten. 2. Honoursonderwijs meer financiële zekerheid geven Het is dringend noodzakelijk de financiering van honoursonderwijs een structurele plaats te geven in de begrotingen van de instellingen. Tijdelijk is extra financiering noodzakelijk voor verdere ontwikkeling. 3. Honours onderwijs uitbreiden Bij sommige opleidingen is er nog een reservoir aan talent dat niet via honoursprogramma’s wordt aangeboord. Bij veel opleidingen is er nog geen disciplinair honoursaanbod. Bij de meeste universiteiten is er ook geen universiteitsbreed interdisciplinair aanbod. Soms zijn er te weinig plaatsen beschikbaar of wordt de toegang beperkt door te weinig aandacht voor diversiteit (gender en allochtonen). Een omvangrijker en rijker aanbod is gewenst. De aandacht voor talentontwikkeling moet verder uitgebouwd en versterkt worden. 4. Meer didactische expertise voor honoursprogramma’s nodig Onderzoek is noodzakelijk naar de effectiviteit van honoursprogramma’s, de kenmerken van succesvolle honoursdocenten en studenten, de sociologische aspecten en de (lange termijn) effecten voor studenten. Dit onderzoek zal ook moeten leiden tot een versterking van de didactische expertise van de docenten in honoursprogramma’s. 5. Aandacht voor de doorgaande lijn van talentontwikkeling van basisonderwijs tot hoger onderwijs Het is gewenst een lijn te ontwikkelen voor talentontwikkeling van basisonderwijs via middelbaar en voorbereidend wetenschappelijk onderwijs tot en met hoger onderwijs en daarna. Op die manier zou talentontwikkeling blijvend gestimuleerd kunnen worden tijdens de onderwijsloopbaan van leerlingen en studenten. Aansluitingsproblemen tussen de onderwijssystemen moeten worden aangepakt bijvoorbeeld bij de overgang van voortgezet naar hoger onderwijs. Ook moet er een open systeem wordt gecreëerd waarin ook laatbloeiers een kans krijgen. 6. Optimale kenniscirculatie over honours Uitwisseling van onderzoeks- en ervaringsgegevens over honoursonderwijs is van vitaal belang om de uitbouw van honoursonderwijs te versterken. Het landelijk Plusnetwerk kan in Nederland eenzelfde nuttige rol vervullen als de National Collegiate Honors Council in de Verenigde Staten.
Onderwerp voor dit EMP-project was het inventariseren van docentervaringen met het ‘uitdagen van talent’ bij studenten, in het kader van excellente tracés en ‘honours’ activiteiten. Gecombineerd met kennis uit de onderwijskundige literatuur over de begeleiding van excellente studenten zou dit geschikte informatie kunnen geven voor scholing van een brede kring van docenten die betrokken zijn of worden bij het geven van honoursonderwijs. Achtergrond hiervan was de groeiende belangstelling voor honoursprogramma’s in de Universiteit Utrecht. Dit is een ontwikkeling die ook elders in het hoger onderwijs zichtbaar is en vanaf 2005 door de Commissie Ruim Baan voor Talent van het ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschappen actief gestimuleerd wordt met subsidies. De start van het project vond plaats bij de opleiding Sociale Geografie en Planologie waarna gekeken zou kunnen worden naar verbreding naar andere faculteiten.
P.J. van Eijl
added a research item
Seven strategies for implementing an honours community 1.Match students for the honours programme based on willingness and capabilities to cooperate 2.Shared experiences are the key issue in honours communities. 3.Facilitate student initiatives can be a powerful way to strengthen student ownership of an honours community. 4.Create of an intense period of interaction to deepen and enhance bonding within an honours community. 5.Organize a series of interactive activities during the whole programme to stimulate community. 6.Highlight the performance of a teacher/coach as a role model. 7.Involve community activities in feedback procedures and student evaluations.
P.J. van Eijl
added 2 research items
Dit onderzoek bestaat uit twee delen. In het eerste deel is door middel van internet en telefonisch contact, nagegaan welke honoursprogramma’s op HBO-instellingen in Nederland worden aangeboden en wat hun belangrijkste kenmerken zijn. In het tweede deel is door middel van interviews dieper ingegaan op drie honoursprogramma’s in verschillende sectoren. Bij de inventarisatie bleek dat honoursprogramma’s in het HBO nog een nieuw fenomeen zijn. Zestien verschillende programma’s werden gevonden, die alle pas recentelijk gestart zijn, of die zelfs nog in de opstartfase zitten. De gevonden programma’s zijn zeer gevarieerd in richting, duur en opzet en komen voor in verschillende sectoren. De programma’s bieden verdieping binnen het vakgebied, verbreding over de grenzen van het vakgebied heen, extra aandacht voor leiderschap en management of een combinatie van deze vormen. De scheidingslijnen tussen honours en bijvoorbeeld een schakelklas voor toelating tot de universitaire master zijn dun. In vergelijking met universitaire programma’s zijn honoursprogramma’s op hogescholen meer beroepsgericht en richten zich bijvoorbeeld op de innovatieve professional van de toekomst. Sommige programma’s leggen een sterk accent op beoefening praktijkgericht onderzoek. Om een betere kijk te krijgen op de honoursprogramma’s zijn drie interviews gehouden met coördinatoren van honoursprogramma’s die in 2006 van start zijn gegaan. Ook uit deze drie interviews bleek de diversiteit van de programma’s. Hoewel de onderwijsopzet zeer verschillend was waren er ook overeenkomsten te vinden tussen de programma’s. Zo hadden alle programma’s een vorm van selectie. Naast studieprestaties kwam vooral het belang van de motivatie van de studenten naar voren. Die motivatie is weer terug te vinden in het enthousiasme dat de deelnemende studenten tijdens het honoursprogramma toonden. De honoursprogramma’s waren in alle drie de gevallen extra programma’s die bovenop het reguliere programma kwamen. Bij deze programma’s wordt ook de vorming van een honours of ‘professional community’ zichtbaar waarin studenten en docenten elkaar stimuleren. Het contact tussen studenten en het afnemend veld is meestal intensiever dan in het reguliere programma. Studenten nemen vaak zelf initiatief en vaak meer inbreng hebben in de opzet van het programma. Gezien het recente verschijnen van honoursprogramma’s in het HBO is een wat uitgebreider onderzoek aan te bevelen als over enkele jaren meer ervaring met de honoursprogramma’s is opgedaan.
November 2006 is er onder de site visitors van de National Collegiate Honors Council (NCHC, Amerikaanse vereniging van betrokkenen bij honoursprogramma’s) in de VS een enquête gehouden om na te gaan hoe talentontwikkeling in Amerikaanse honoursprogramma’s gestalte kreeg en wat er de meerwaarde van is. Site visitors zijn onderwijsinspecteurs én adviseurs die door een universiteit kunnen worden gevraagd om hun honoursprogramma te evalueren en daarover te adviseren (zie bijlage 3). Ze worden daarin getraind door de NCHC. De resultaten van dit onderzoek zijn ervoor bedoeld om een beter beeld te krijgen van wat de meerwaarde van honoursprogramma’s voor talentontwikkeling kan zijn, ook voor Nederlandse honoursprogramma’s. Naast de enquête zijn er nog negen site visitors geïnterviewd over dit onderwerp. Over de resultaten daarvan is apart gerapporteerd (Van Eijl, Wolfensberger & Pilot, 2008). Enkele citaten uit de interviews zijn ter illustratie in dit rapport gebruikt (wat apart vermeld wordt).
P.J. van Eijl
added 2 research items
Honoursprogramma’s zijn sinds enkele jaren onderdeel van het universitaire onderwijs en het hoger beroepsonderwijs in Nederland. Over de kenmerken van honoursprogramma’s in de bachelorfase zijn gegevens verzameld bij Nederlandse en Amerikaanse honoursprogramma’s. De analyse laat zien dat er een grote diversiteit in honoursprogramma’s is, maar dat er ook enkele gemeenschappelijke, bijzondere kenmerken zijn, gericht op het bevorderen van de talentontwikkeling van de deelnemende studenten. De kenmerken zijn afhankelijk van het type talentontwikkeling dat men wil bevorderen en betreffen de leer- en interactieprocessen, de communityvorming, de organisatie van het programma en de externe relaties. Deze kenmerken zijn geordend in een ‘window’-model. Ervaringen en recente beleidsimpulsen en ontwikkelingen in het kader van het Siriusprogramma van het ministerie van OC&W hebben geleid tot nieuwe accenten in de beschreven kenmerken.
Met site visitors van de NCHC zijn in november 2006 interviews gehouden om een ‘inside view’ van het functioneren van honoursprogramma te krijgen. Deze programma ’s worden aangeboden aan de meer talenvolle en gemotiveerde studenten. Op dertien gebieden met betrekking tot opzet, organisatie en uitvoering van honoursprogramma’s is naar succesvolle en zwakke voorbeelden gevraagd (zie interviewschema, bijlage 1). De uitspraken uit de interviews zijn geordend naar deze gebieden. Opmerkelijke uitspraken zijn in de volgende paragraaf apart weergegeven bij wijze van samenvatting. In totaal zijn twee groepsinterviews en twee individuele interviews met in totaal acht site visitors gehouden. Eén interview kon om tijdsredenen niet doorgaan maar de betreffende site visitor heeft achteraf het interviewschema ingevuld en naar ons gemaild. Dit is ook verwerkt met de andere gegevens. Dat brengt het totaal op negen geïnterviewden. Dit zijn allen zeer ervaren site visitors, die tevens hebben tevens meegewerkt aan de eerder genoemde enquête waarover apart is gerapporteerd (Van Eijl, Wolfensberger & Pilot, 2008).
Ron Weerheijm
added an update
Ron Weerheijm
added 2 research items
The honors programs at the Universities of Applied Sciences in the Netherlands were almost all initiated around 2008 and thus so far have yielded few data about outcomes, but we have a broad consensus that the honors programs should provide a better-than-average professional for the workplace and should give students a chance to perform to the best of their abilities. With this shared mission, we have had an ongoing discussion during our recruitment process about what criteria to use in the selection process. In January of 2012, there was an online discussion on the NCHC listserv about the role of the GPA in honors recruitment and retention in the U.S. Because Rotterdam University of Applied Sciences does not use grade-based admission requirements, relying instead on a competence profile that is added onto the existing competence profile the discipline uses, we were asked to provide insight into our methods. This request, combined with the NCHC email discussion, provided a reason to analyze the available literature concerning factors that lead to successful completion of an honors degree and that produce excellent and successful professionals. We have reviewed current selection criteria according to three models of excellence in order to determine the best criteria for accomplishing the mission of honors.
In deze derde Inspiratiebundel [misschien een verwijzing naar de eerste en tweede Inspiratiebundel, resp. Gesprekken met lectoren en Gesprekken met docent-onderzoekers] zijn verhalen van Honoursstudenten over hun persoonlijke en professionele ontwikkeling bij elkaar gebracht. Professionele ontwikkeling tot beginnende innovatieve professionals vormt het hoofddoel van praktijkgerichte honoursprogramma's van Hogeschool Rotterdam. Deze onderwijsprogramma's richten zich speciaal op studenten die meer uit hun studie willen en kunnen halen. De inspiratiebundel beschrijft de ontstaansgeschiedenis en de belangrijkste kenmerken van praktijkgerichte honoursprogramma's bij Hogeschool Rotterdam. Elf honoursstudenten en alumni komen aan het woord over hun ervaringen in de honoursprogramma's en deze ervaringen worden vervolgens geanalyseerd aan de hand van kenmerken. En er wordt vooruit geblikt: hoe organiseren we honoursprogramma's zo optimaal mogelijk? In de verhalen van honoursstudenten valt op hoe betrokken zij zijn bij hun honoursprogramma's en hoeveel het extra uitdagende onderwijs heeft betekend voor hun persoonlijke ontwikkeling. Aan de hand van de vijf kenmerken van praktijkgerichte honoursprogramma's zijn de verhalen nader geanalyseerd op opvallende patronen. Het multidisciplinaire vraagstuk in een praktijkgericht honoursprogramma triggert studenten om eigenaarschap te nemen over het eigen leerproces. Het feit dat het 'leren innoveren' veelal plaatsvindt in een bestaande praktijksituatie, maakt dat studenten lef moeten tonen en breder moeten leren kijken. De ontwikkeling van professionele excellentie vraagt van de studenten vooral om een houding om het maximale uit zichzelf te halen. De begeleiding door docenten kenmerkt zich door een combinatie van hoge verwachtingen en het bieden van ruimte die zelfsturend leren door studenten mogelijk maakt. De leerwerkgemeenschap ten slotte, vormt de kurk waarop de cultuur van excellentie drijft. In deze inspiratiebundel staan de verhalen van elf (oud)honoursstudenten: Jan Okkerse, Maartje Brand, Nikeh Booister, Jolie Derkx, Noy Barens, Sander van Belle, Boo van der Vlist, Tina Peeters, Shannon Stigter, Amelie Bos en Maurice Sammels. De bundel is geschreven en samengesteld door Josephine Lappia (onderzoeksleider HP-team), Ron Weerheijm (programmamanager HP-team), Albert Pilot en Pierre van Eijl (respectievelijk emeritus-hoogleraar en honorair onderzoeker bij Universiteit Utrecht).