Project

Dutch Administrative Law / Bestuursrecht

Goal: Algemeen bestuursrecht behoort tot de specialismen van Caroline Raat. Zij publiceert hierover regelmatig in tijdschriften, blogs en boeken.

Updates
0 new
0
Recommendations
0 new
0
Followers
0 new
0
Reads
0 new
18

Project log

Caroline Raat
added a research item
Evenredig of sentimenteel bestuursrecht, annotatie bij Rechtbank Gelderland 9 november 2021, ECLI:NL:RBGEL:2021:5972 In deze noot stelt Caroline Raat de vraag aan de orde of we uit de uitspraak zelf kunnen opmaken hoe objectief die is. Hoe ver gaat de evenredigheidstoets, en hoe groot is het risico op sentimenteel bestuursrecht? Er zijn methoden om dit risico te verminderen.
Caroline Raat
added a research item
Naar intellectueel weerbaar bestuursrechtelijk Zowel in de publieke als private sector begint het op te vallen: de kwaliteit gaat – ik druk het voorzichtig uit – niet vooruit. Lange tijd was dat voor de publieke sector een taboe-onderwerp; uiteraard is de Nederlandse overheid prima georganiseerd, we scoren hoog op alle rankings en hebben wij geen ‘systeemprobleem’Een recenter werk dat niet in het Nederlands is vertaald, maar dat actueler dan ooit is, beschrijft hetzelfde – kennelijk heeft het hele Westen ermee te maken. Econoom Tyler Cowen stelt dat het systeem en de mensen daarbinnen zijn zelfgenoegzaam geworden, maar dat zelf niet zien: Als je niet meer wordt uitgedaagd en je denkt dat jouw manier van leven de enige manier is, zal die manier uiteindelijk zwak worden, zal ze minder aan verbetering onderhevig zijn, zal je in een soort luchtbel terechtkomen en steeds weer verrast worden door de uitdagingen die de buitenwereld je steeds weer voorschotelt. Maar je bent intellectueel niet erg goed toegerust om ze aan te kunnen. De vraag is: hoe rust je jezelf intellectueel toe? In dit blog leg ik uit dat deze zelfgenoegzaamheid tot toxische situaties kan leiden, onder meer in de wetenschap en praktijk van het bestuursrecht. De oplossingen die deze beroepsgroep heeft bedacht – maatwerk, empathisch bestuursrecht en responsiviteit – prikken deze luchtbel niet door, maar vullen hem met meer van dezelfde lucht. Een populistische oplossing bepleit ik niet, maar geef wel aan dat er aan de opleiding van vakmensen – naast dat het systeem inclusiever, gelijker en opener moet worden – veel te verbeteren valt. Te beginnen bij jonge mensen in hun opleiding. Daar moet de luchtbel worden doorgeprikt. Tot slot bespreek ik wat er nu mis is met de (wettelijk ongereguleerde) opleidingsindustrie: het is een voorbeeld waar de zelfgenoegzaamheid toe leidt. In deze industrie viert coyboygedrag hoogtij. Met pseudowetenschappelijke, bevestigende verhalen worden mensen getraind in ‘niets’: gebakken lucht. Zou dat niet het geval zijn, dan was de Toeslagenaffaire er niet geweest. Door de troebele lucht treedt de Bullshit factor van Frankfurt in, vertaald als ‘gezwets’: het opbakken van lucht. Iemand die deze troebele lucht uitkraamt, heeft volgens hem als doel de luisteraar of lezer te imponeren met woorden die de indruk moeten wekken dat er iets substantieels wordt gezegd. De zwetser kiest zijn woorden zoals ze hem zelf het beste uitkomen. Zelfgenoegzaamheid houdt dit in stand, want echte verandering is emanciperend en daar heeft het systeem geen belang bij.
Caroline Raat
added a research item
In deze recencie bespreekt Caroline Raat de preadviezen van de VAR. Er is een tekort aan degelijke verkenning van de grondslagen en het overheidsperspectief prevaleert.
Caroline Raat
added a research item
Voor rechtsstatelijk maatwerk is volgens Caroline Raat een betere toolbox nodig dan die door juridische auteurs wordt geboden. Die moet zijn gebaseerd op wetenschappelijke inzichten over vakmanschap. Om deze juridische gelding te geven, en de nodige hulp aan beslissers, kan de toolbox de vorm krijgen van slimme, innovatieve beleidsregels.
Caroline Raat
added a research item
In deze annotatie kom ik tot de conclusie dat het oordeel van de CRvB over het terugvorderen van te veel betaalde bijstand van een vrouw die stelselmatig al haar boodschappen van haar moeder ontving, terecht was. De schadevergoeding voor het schenden van iemands mensenrecht volgens de CRvB is echter een ‘fooi’. In dit geval was het evenredig geweest om deze even hoog vast te stellen als de door de gemeente als gevolg van de schending te veel teruggevorderde bijstand. Dat zou evenredig zijn. In de noot geef ik suggesties voor wetswijziging en anders omgaan met overheden die de wet niet naleven. Daarvoor kent de huidige wet ook al mogelijkheden, die de bestuursrechter echter niet genoeg benut.
Caroline Raat
added a research item
In twee vrijwel gelijkluidende uitspraken oordeelt de voorzieningenrechter van de rechtbank Oost-Brabant dat de evenredigheid ervan het voor twee weken sluiten van horeca-inrichtingen dor de burgemeester van Eindhoven niet goed is gemotiveerd. De vraag die hier centraal staat: is schending van de evenredigheidseis – er waren geen overtredingen die de bevoegdheid tot spoedeisende bestuursdwang gaven – een motiveringsgebrek, of is dat ‘erger’? En wat is daarvan het gevolg? Moet de rechter meewegen dat de burgemeester zich heeft beroepen op een niet bekendgemaakt document, maar verzweeg dat dit niet openbaar was, door bijvoorbeeld ambtshalve een hogere proceskostenvergoeding op basis van de ‘hardheidclausule’ toe te kennen?
Caroline Raat
added a research item
Caroline Raat
added 4 research items
Masterclass over juridische kwaliteitszorg door Caroline Raat
Caroline Raat
added a research item
In mijn ervaring leidt maar weinig tot zo veel onbegrip bij 'gewone burgers' als het belanghebbendebegrip. Meer in het bijzonder: de manier waarom mensen die in eigen ogen toch echt betrokken zijn bij een overheidsbesluit, bijvoorbeeld omdat het hun gedrag of persoonsinformatie is die erin worden besproken, hun inkomen wordt geraakt, het hun verhuurder of werkgever of eigen woonomgeving betreft, koud worden afgeserveerd als niet-ontvankelijk omdat zij geen belanghebbende zijn als bedoeld in art. 1:2 van de Awb. Het kan heel goed zijn dat zij inhoudelijk alle gelijk van de wereld hebben, maar het niet krijgen omdat zij niet mee mogen doen met het spelletje dat bestuursprocesrecht heet. Dat komt de volledige rechtmatigheids-en doelmatigheidstoets in de bezwaarfase niet altijd ten goede. Die is immers gebaat bij het vergaren van zo veel mogelijk informatie en argumenten, en dus van het betrekken van zo veel mogelijk bronnen. De overheid kán ook wel luisteren naar 'derden' In veel gevallen-die gevallen die ik ook met droge ogen kan uitleggen aan anderen-is er een goede reden om niet iedereen toe te laten tot gerechtelijke procedures. Het moet wel ergens ophouden met de belanghebbendheid om niet in een voortdurende rechtsgang van allen tegen allen te geraken. Maar in sommige gevallen valt er veel voor te zeggen om in de voorbereidings-en bezwaarfase bij het bestuursorgaan in elk geval het standpunt van de betrokkenen serieus te nemen en daar ook inhoudelijk op te reageren. Ook als dat juridisch-dogmatisch niet helemaal klopt. In de literatuur gesuggereerde oplossingen als het 'leasen van het beroepsrecht' door de derde die met lege handen staat als gemachtigde van de wel direct-belanghebbende te laten optreden, (M.C.D. Embregts, Toegang voor de afgeleid-belanghebbende; is dat nodig?, NTB 2005/1, p. 10-12) zijn ver verwijderd van de dagelijkse praktijk. De betrokkene heeft al een jurist nodig om deze gekunstelde leaseconstructie uit te knobbelen, en die kan vervolgens beter zijn belangen behartigen dan de derde-gemachtigde die doorgaans leek is op het betreffende rechtsgebied. Bovendien gaan de direct-belanghebbende en de derde niet altijd goed met elkaar door een deur en komen hun argumenten ('gronden') tegen het bestreden besluit ook niet altijd overeen. De oplossing doet geen recht aan de weerbarstige werkelijkheid en de wens om minstens serieus gehoord te worden. Niet-ontvankelijk verklaren op juridische gronden kan de bestuursrechter altijd nog doen, en de geringe proceskostenveroordeling die daarop volgt is voor de overheid te overzien. Doorgaans dienen partijen na de bezwaarfase toch geen beroep in. De proceskostenveroordeling weegt ruimschoots op tegen het verlies aan vertrouwen en aan belangrijke informatie die deze betrokkenen met het bestuursorgaan kunnen delen en die zij door deelname aan de procedure ontvangen. Het komt de besluitvorming inhoudelijk en het 'draagvlak' ervoor ten goede. Het bestuursorgaan zou in plaats van energie te steken in juridische exercities waarom iemand wellicht niet-ontvankelijk zou zijn, deze beter besteden aan volledige heroverweging.
Caroline Raat
added 2 research items
Het grootmoedigheidsbeginsel, Naar een eerlijke en open overheid Grootmoedigheid: het is een ouderwets aandoend woord voor een tijdloze deugd. Volgens Van Dale betekent grootmoedig: edelmoedig, onzelfzuchtig. Etymologisch is het begrip verwant met edelmoedig, nobel, ridderlijk, ruimhartig, menslievend, mededogen, rechtvaardig, vrijgevig en onbaatzuchtig. In de ethiek kent het begrip een wisselende betekenis, van Aristoteles, Cicero tot in het heden. Het gaat te ver om in dit blog de moraalgeschiedenis te bespreken, maar ik wil hier een rechtsbeginsel beschrijven voor de overheid en daarmee vergelijkbare organisaties-een rechtsstatelijk beginsel derhalve waarop burgers en rechtzoekenden zich desnoods bij de rechter kunnen beroepen. Anders geformuleerd: Wees eerlijk, herstel je fouten direct uit eigen beweging en compenseer ruimhartig. Ik pleit niet voor een terugkeer naar vroeger, maar voor het redden van het kind uit het badwater. Dat doe je door het goede-publieke waarden en bureaucratische principes als onpartijdigheid, gelijkheid rechtmatigheid en obectiviteit-in ere te herstellen. Pas daarna is de overheid rijp voor responsiviteit, maatwerk en andere 'prettige projecten'. 1 Omgekeerd werkt niet; het leidt volgens de neuropsychologie tot ongelukken en mogelijk zelfs tot oninteger gedrag. Dat betekent niet nog meer regels, systemen en protocollen (bureaucratisme), maar bevorderen van het naleven en internaliseren van de belangrijke rechtsstatelijk principes die menselijke waardigheid, gelijkheid en rechtvaardigheid bevorderen. Is de organisatie inclusief personeel voldoende weerbaar op deze principes, dan is zij in staat om daarbinnen zo veel mogelijk menselijkheid door informele oplossingen en maatregelen te betrachten. De zwalkende overheid Hoewel hier niet statistisch onderbouwd, meen ik dat collega's en ik dusdanig vaak ervaren dat de attitude van bestuurders en medewerkers van de overheid-vroeger overheidsdienaren geheten-is veranderd in defensief gedrag-tot kleingeestigheid en machtsvertoon aan toe-2 dat dit geen toeval meer is. In dit blog gaat het te ver om een uitgebreide sociologische en bestuurskundige analyse uiteen te zetten, maar de kern is wel dat het beginsel van de dienende overheid, van onkreukbaarheid en rechtmatigheid, niet meer bij ieder van hen tussen de oren zit. Hiernaar wordt overigens wel onderzoek gedaan. Dit heeft onder meer tot gevolg dat bestuurders en medewerkers zich lang niet meer altijd als civil servants gedragen, maar als 'mensen'. Die zich te zeer bekommeren om hun belang, hun ego, het imago van de organisatie en de in Nederland veel voorkomende vriendschapscultuur in de werkomgeving. Daarin figureren burgers en andere buitenstaanders wel, maar doen er niet essentieel toe. 3 De laatsten moeten zich aan de 1 Vrij naar mijn proefschrift Mensen met Macht, waarin wordt gewezen op hoe organisaties en mensen zich ontwikkelen: eerst algemene regels en verantwoording, dan vrijheid in verantwoordelijkheid. 2 Alles op zichzelf betrekken, niet weerbaar zijn, predenderen geen vergissingen of fouten te maken, niet accepteren dat anderen op (vaak evidente) tekortkomingen wijzen. 3 Dit naar zichzelf en eigen belang gericht zijn past bij trends die al voor de Tweede Wereldoorlog zijn ingezet, maar die als: individualisering, persoonlijke groei, marktdenken, en sinds pakweg "Paars": afbouw van het
In de afgelopen jaren zie ik twee ontwikkelingen die zich moeilijk laten verenigen. De ene is die van de responsieve overheid en maatwerk, de andere is die van de werker in de publieke sector die wordt geconfronteerd met agressie en veeleisendheid. Kort gezegd: propageert de ene stroming meer 'burgervriendelijkheid' en flexibiliteit, de andere stroming vraagt aandacht voor het feit dat die burger lang niet altijd leuk is en dat je je maar beter daartegen kunt wapenen. In dit blog leg ik uit dat beide denkramen ('frames') legitiem en begrijpelijk zijn, maar die elkaar theoretisch en praktisch lijken uit te sluiten. Het risico is dat-hoewel de initiatoren van het denken hierover dat niet hebben beoogd-deze stromingen 'doorslaan', waarmee niemand is gebaat. Omdat we aan een vergrotende controverse niets aan hebben, geef ik een aanzet naar een nieuw frame: gewoon je werk doen.
Caroline Raat
added a research item
Gelukkig, zullen bijna alle medewerkers in de sociale zekerheidssector denken, toch nog rechtvaardigheid. Want zij werden geconfronteerd met de vaak volstrekt onredelijke gevolgen van vergrijpen die soms amper vergrijpen te noemen waren, terwijl het alleen ging om 'schending van de inlichtingenplicht' waarbij echte fraude niet per se in het geding was. Iets vergeten, de dupe worden van falende systemen of postbezorging, net te laat stukken inleveren; het kan de besten overkomen.
Caroline Raat
added a research item
Theoretical writings on what legal quality is are scarce. Interdisciplinary and innovative research in this field is desired. First, we need to know what legal quality means. This implies explorative research, not only in writings on lawmaking, but also in legal theory and philosophy. A theory of legal design can provide a sound basis for improving this quality in a systematic manner. Auxiliary disciplines, such as linguistics and social sciences, but also ICT, will be used to develop both methodology and method in Law. Also, empirical research on the people that work in the field of legal quality is necessary. Legal Design, a multidisciplinary approach 1. Background In the Netherlands, there is a growing concern for good administrative practice, as a part of good public governance. One aspect of this practice is legal quality management or juridische kwaliteitszorg. The concept was first brought up by Schuiling and Winter in 1997, in an article in "De Gemeentestem", a journal that is widespread among legal practitioners (Schuiling and Winter, pp. 254-257). Their notion of legal controlling was appealing in its simplicity: similar to public financial controllers, government lawyers should be more focused on the primary decision making process and its initial result, rather than dealing with cases that had already gone wrong. 1 The idea of the fire prevention officer instead of the fire fighter is a common way of pointing out this difference.
Caroline Raat
added a research item
Transparantie in de rechtspraak "Tussen macht en verantwoordelijkheid bestaat een spiegelbeeldige relatie: als je het ene zoekt zie je ook het andere; wie macht in het gezicht kijkt, eist verantwoording." Willem Witteveen, 1989 De Stichting streeft naar zo veel mogelijk openheid van de instituties van de overheid als een middel om het vertrouwen van burgers en bedrijven in het functioneren van deze instituties te behouden en bevorderen. Ook kan transparantie bijdragen in tot controle van deze instituties door wetenschap, pers, betrokken maatschappelijke organisaties en burgers. De rechtspraak heeft een cruciale rol in het beschermen van de democratische rechtsstaat, onder meer door burgers en bedrijven te beschermen tegen onrechtmatig optreden van andere bedrijven en van de overheid. De stichting hecht aan goede toegang tot en vertrouwen in de rechter en streeft daarom naar transparante en hoogwaardige rechtspraak met behoud van privacy en vertrouwelijkheid waar dat moet. De stichting ondersteunt rechters daarom in hun blijvende streven naar onafhankelijkheid en kwaliteit. Naast het directe belang hiervan voor burgers en bedrijven is goede, toegankelijke rechtspraak voorwaarde voor een gezonde economie. Een visitatierapport van een commissie met als doel kwaliteitszorg binnen de rechtspraak wordt begin 2019 verwacht. Volgens het protocol is de visitatie gekoppeld aan de speerpunten 2015-2020 van de rechtspraak, te weten: snelle rechtspraak, toegankelijke rechtspraak en deskundige rechtspraak, met als overkoepelend thema 'maatschappelijk effectieve rechtspraak'. De visitatie bestaat uit enquêtes onder rechterlijk ambtenaren en gerechtsambtenaren, een zelfevaluatie van de gerechten en bezoeken door de commissie. Er is in het protocol geen ruimte voor rechtzoekenden, professionele rechtsbijstandsverleners en maatschappelijke organisaties. Vanwege de interne gerichtheid van deze visitatie wil de stichting ten behoeve van het maatschappelijke debat ook een externe vinger aan de pols houden. Indachtig de traditie van de stichting zal zij dit op een zorgvuldige en deliberatieve manier doen. Het is daarom nog te vroeg om op basis van feiten standpunten in te nemen, maar op basis van recente wetenschappelijke literatuur en actualiteit heeft de stichting aandachtspunten geformuleerd. De stichting neemt zich voor om in de komende jaren aan de hand hiervan ontwikkelingen te volgen, onderzoek te stimuleren en het gesprek aan te gaan met onder meer de Raad voor de Rechtspraak en de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak. De stichting staat daarnaast open voor geluiden van alle betrokkenen in het proces. Aandachtspunten De aandachtspunten zijn bedoeld als 'maatstaf' waarlangs de stichting de rechtspraak kan leggen om te bezien of deze voldoet aan eisen van transparantie in de brede zin van het woord. De stichting beperkt zich tot het bestuursrecht (rechtsbescherming van burgers en bedrijven tegen de overheid) en het civiele recht (rechtsbescherming tussen burgers en bedrijven onderling). De focus ligt op transparantie voor de rechtzoekende, die recht heeft op een begrijpelijke en zorgvuldig tot stand gekomen uitspraak. Daarbij is gebruik gemaakt van de gegevens op de website van de rechtspraak zelf, (proces)wetgeving, wetenschappelijke literatuur, jurisprudentie en nieuwsbronnen. De aspecten hebben betrekking op twee terreinen: A. Transparantie van procedures, inclusief de uitkomst; B. Transparantie van de organisatie van de rechtspraak. A. Transparantie van procedures, inclusief de uitkomst 1. Begin van de procedure-transparante criteria voor wel of geen zitting;-transparante criteria voor wel of geen meervoudige kamer;-transparantie van (geanonimiseerde) zittingenagenda;-transparantie en kwaliteit dossiervorming;
Caroline Raat
added a research item
Overheid, kom met iets beters Titulus est lex revival en de komende sanctie op kennelijk onredelijk procederen door de overheid Soms lees je tussen de regels door wat de rechter denkt van de door de externe overheidsadvocaat ingebrachte verweren: 'kom met iets beters of val me niet lastig!' En terecht. Op de ingevoerde lezer maakt het verhaal van deze advocaat de indruk van aan de haren erbij gesleepte argumenten 'om de zaak te winnen'. In dit geval het argument dat een beleidsregel toch geen beleidsregel zou zijn, en dat je daar om welgevallige redenen van af kunt wijken. Geen Tompoesgedrag Wellicht dat op dit soort procesgedrag van de overheid in de toekomst een snellere sanctie komt in de vorm van een hogere dan de forfaitaire proceskostenvergoeding, die-zo blijkt steeds opnieuw-de daadwerkelijke kosten doorgaans niet dekt. Het concept van wijziging van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bbp) heeft eind 2019 ter consultatie gelegen. Ook nu kan op grond van het Bbp reeds worden afgeweken, maar daarin is de bestuursrechter volgens de toelichting bij de wijziging erg terughoudend: "En als een bestuursorgaan zodanig lang aan een onhoudbaar standpunt heeft vastgehouden dat een belanghebbende onnodig in de positie is gebracht dat hij beroep moest instellen, dan is dat volgens de huidige stand van de jurisprudentie nog niet per se een bijzondere omstandigheid in de zin van artikel 2, derde lid, Bpb. Dat zou het pas zijn als de burger als gevolg van de werkwijze van het bestuursorgaan ook uitzonderlijk hoge kosten heeft moeten maken." De Commissie evaluatie puntentoekenning gesubsidieerde rechtsbijstand (de commissie-Van der Meer) wees in 2019 op de rol van de overheid als veroorzaker van procedures. Bestuursorganen trekken bijvoorbeeld geen lering uit eerdere rechtspraak. De commissie stelde daarom een prikkel voor tegen onnodig procederen. Als criterium hiervoor suggereert de commissie: "gebruikmaken van een overheidsbevoegdheid bij een kennelijk kansloze zaak." Het concept spreekt van "kennelijk onredelijk handelen van het bestuursorgaan", wat een breder criterium is. Of de voorgestelde verhogingen-die ook weer geforfaiteerd en gebaseerd op toevoegingsbedragen voor gesubsideerde rechtsbijstand-voldoende prikkel zijn, valt te bezien. De ervaring leert dat bestuursorganen proceskostenveroordelingen voor lief nemen en daar weinig lering uit trekken. Daadwerkelijk gemaakte kosten (op basis van facturen) zullen een betere prikkel zijn. Hoewel hier sprake is van een voorlopige voorziening, en de bodemzaak uiteindelijk moet uitwijzen of het bestreden besluit stand houdt, zijn er aanwijzingen genoeg voor het vermoeden dat sprake van kennelijk onredelijk kostenverhogend gedrag met op voorhand onzinnige verweren. Ik kan mij een dijkgraaf herinneren die tegen mij en mijn collega's als waterschapsjuristen placht te zeggen: "mijn juristen zijn mijn Tom Poezen: zij verzinnen een list!" Daarvan lijkt in deze casus ook sprake: de juridische trukendoos is door de externe advocaat wijd opengetrokken om de cliënt te bedienen. De voorzieningenrechter is er niet van onder de indruk en laat merken van de procestactieken niet gediend te zijn. Dat zouden bestuursrechters vaker mogen doen, nu rechtzoekenden toch al op achterstand staan tegen overheidspartijen. Dat nu net de Toetsingscriteria slechts een 'interne richtlijn' zouden zijn, en geen beleidsregel, is duidelijk kansloos. Dat er wel een onderbouwing zou zijn voor de afwijking van de regels, maar dat die in een geheim document zou staan en het bestuursorgaan deze niet onder toepassing van art. 8:29 van de Awb aan de voorzieningenrechter heeft toegezonden, komt 'kennelijk onredelijk' over-per slot van rekening moet het bestuursorgaan op grond van art. 8:42 van de Awb alle op de zaak betrekking hebbende stukken toesturen, en mag het daarin geen selectie maken. Nodeloze geheimzinnigdoenerij is in strijd met het fair play-beginsel en buitengewoon frustrerend voor zowel de rechter als de andere partijen. In zo'n geval zou ook bij een ongegrond rechtsmiddel de kostenveroordeling moeten kunnen worden toegepast. Het bestuursorgaan had de rechtzoekende immers met het betrachten van de nodige transparantie veel tijd en geld kunnen besparen.
Caroline Raat
added 17 research items
Caroline Raat Op 29 januari 2019 deed de rechtbank Midden-Nederland een wel heel merkwaardige uitspraak. De bestuursrechter en de griffier hadden namelijk niet in de gaten dat sinds 1 oktober 2016 de zogeheten Wet dwangsom bij de laat beslissen niet meer gold voor zaken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De standaard dwangsom die de overheid kwijt is als zij te laat beslist, geldt daarom niet meer als de overheid te laat reageert op een Wob-verzoek. Toch veroordeelt de rechter de minister van Infrastructuur en Waterstaat om in dit geval aan de verzoeker, AVROTROS, 1260,-euro te betalen. Hoe kon dit gebeuren? De griffier blijkt een student HBO rechten te zijn, die als administratief medewerker op de rechtbank werkt. De rechter op de zaak is een onervaren rechter, waarvan we niet weten of die wel verstand heeft van het bestuursrecht. In dit geval is er geen zitting geweest en volgens onderzoek blijkt dat in dat soort 'bulkzaken' de griffier de zaak geheel zelfstandig afhandelt. Je mag dan hopen dat de rechter er nog naar kijkt, maar in dit geval is dat ofwel niet gebeurd, ofwel de rechter wist zelf niet wat er in de wet stond. Dit soort fouten zouden niet mogen gebeuren, ook al is in dit geval gelukkig geen burger de dupe ervan. Een goed werkend digitaal informatiesysteem, waaronder automatische toegang tot de meest actuele wetteksten en relevante juridische informatie, in combinatie met voldoende geschoolde griffiers en rechters kan dit oplossen. Investeren in de voorkant voorkomt schade aan de achterkant, met nodeloze verzetsprocedures, hoger beroepen en veel hogere kosten tot gevolg. De uitspraak is wijselijk niet gepubliceerd. Het zaaknummer is UTR 18/4825.Op 15 mei 2019 werd een advies van de Adviescommissie AVG van de Raad van State (hierna: commissie), zonder toelichting gevolgd door de voorzitter van de Afdeling Bestuursrechtspraak, openbaar. 1 Dit advies zal bij AVG-specialisten de wenkbrauwen doen fronsen. De vraag is zelfs of deze commissie bevoegd was, of dat de Autoriteit Persoonsgegevens hierover had moeten oordelen. 1 Gebaseerd op de Regeling verwerking persoonsgegevens bestuursrechtelijke colleges.
Commentaar Algemene wet bestuursrecht art. 4:84 Dit commentaar is bijgewerkt tot 15-12-2015 door mr. dr. Caroline Raat. Artikel 4:84 Het bestuursorgaan handelt overeenkomstig de beleidsregel, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen. A: Inleiding Wat betreft wetsgeschiedenis en jurisprudentie tot heden bijgewerkt. Voor de bindende kracht van beleidsregels is dit het cruciale artikel. Met de introductie ervan kreeg deze binding een wettelijke basis, waar deze oorspronkelijk in de sfeer van het rechtszekerheids-en gelijkheidsbeginsel, alsmede in het verbod van willekeur moest worden gevonden. Omdat beleidsregels geen algemeen verbindende voorschriften zijn-vide artikel 1:3 lid 4 Awb-is hun bindende kracht slechts eenzijdig. Alleen bestuursorganen zijn gehouden te handelen overeenkomstig beleidsregels. Het gaat daarbij om door henzelf, voor eigen bevoegdheden vastgestelde beleidsregels, en om de uitoefening van bevoegdheden, waarvoor door andere bestuursorganen beleidsregels zijn vastgesteld-zie artikel 4:81 Awb. Naast de plicht tot naleving van deze regels bevat artikel 4:84 Awb tevens de plicht om, indien handelen overeenkomstig de beleidsregel wegens bijzondere omstandigheden voor belanghebbende(n) onevenredig benadelend zou zijn, bij wijze van uitzondering af te wijken van de beleidsregel. Dat is de verplichting die bekendstaat als de 'inherente afwijkingsbevoegdheid'. Burgers worden door beleidsregels niet gebonden, maar slechts door de wettelijke voorschriften betreffende de bevoegdheid waarvoor een beleidsregel is gegeven. Bij beleidsregel kunnen bijvoorbeeld geen nieuwe weigeringsgronden worden ingevoerd-zie ook Sdu Commentaar Algemene wet bestuursrecht, artikel 4:81 Awb. Burgers ontlenen, indien belanghebbend, aan artikel 4:84 Awb wel een aanspraak. Dat is primair een aanspraak op naleving van beleidsregels, maar tevens een aanspraak op afwijking van geldende beleidsregels indien handelen overeenkomstig de beleidsregel voor hen wegens bijzondere omstandigheden onevenredig benadelend zou zijn. De 'inherente afwijkingsbevoegdheid' vormt de uitzondering op de hoofdregel dat bestuursorganen overeenkomstig beleidsregels moeten handelen. De enig andere manier waarop bestuursorganen aan de bindende werking van een beleidsregel kunnen ontkomen is door (tijdige) wijziging of intrekking ervan. B: Wetstechnische informatie
Caroline Raat
added a project goal
Algemeen bestuursrecht behoort tot de specialismen van Caroline Raat. Zij publiceert hierover regelmatig in tijdschriften, blogs en boeken.