Maud Raman

Maud Raman
Research Institute for Nature and Forest | INBO · Dept. of Biodiversity & Natural Environment

Master of Science

About

16
Publications
2,707
Reads
How we measure 'reads'
A 'read' is counted each time someone views a publication summary (such as the title, abstract, and list of authors), clicks on a figure, or views or downloads the full-text. Learn more
35
Citations
Introduction
Maud is a senior ecologist currently working at the Research Institute for Nature and Forest. She’s lucky to coördinate and work at projects related to ecosystem restoration and the functioning of ecosystems in relation to environmental pressures or climate change. She is experienced in project development, project management and ecological modeling. She is also interested in the interface between science and policy, searching for good strategies and communication tools.

Publications

Publications (16)
Technical Report
Full-text available
English abstract. This report describes the situation of the Kallemoeie-Papelenvijver in terms of physico-chemical water quality, macrophytes (riparian and aquatic vegetation) and avifauna in the monitoring period 2015-2019 and provides a comparison with the previous reporting of the monitoring period 2001-2015. Based on the available data, there i...
Technical Report
Full-text available
De vertaling van het Europese natuurbeleid (Habitat- en Vogelrichtlijn) naar regionaal niveau gebeurt via een reeks van instandhoudingsdoelstellingen. Kwantitatieve doelstellingen voor voor de speciale beschermingszone ‘Duingebieden inclusief IJzermonding en het Zwin’ (HBE2500001) omvatten een substantiële uitbreiding van duingrasland (2130), duinh...
Article
Past intensive land use complicates the successful restoration of oligotrophic species-rich grassland types. One of the major bottlenecks are the elevated nutrient levels due to fertilization, especially residual phosphorus (P). Aiming to deplete nutrients, managers often reintroduce traditional haymaking management, sometimes combined with grazing...
Technical Report
Full-text available
Om meer berging mogelijk te maken in de Makvallei wordt ondermeer een nieuwe meanderarm uitgegraven ter hoogte van Meerle. De percelen tussen de Mark en de gerealiseerde meanderarm zullen gedeeltelijk worden afgegraven. Naast het streven naar een verbetering van waterkwaliteit, structuur van de waterloop en bergend vermogen wenst de Vlaamse Milieum...
Technical Report
Full-text available
Om na te gaan in welke mate kruidenrijke graslandcomplexen -leefgebied voor de kwartelkoning en paapje- of moerasvegetaties kunnen gerealiseerd worden in combinatie met specifieke beheer- en vernattingsmaatrgelen wordt een gericht bodemchemisch onderzoek gevoerd. De meeste gronden in het projectgebied zijn of waren in het recente verleden in landbo...
Article
Full-text available
Banks of navigable canals are often stabilized with "hard" materials resulting in unsuitable conditions for marginal riparian vegetation. A constructed marginal shallow and sheltered water zone can favour riparian vegetation. In 1998, a new canal branch with shallow water zones was constructed along the canal Ghent-Bruges (Belgium). This study anal...
Article
Full-text available
Alarmed by the worldwide loss of biodiversity, several international initiatives are undertaken to gather knowledge on biodiversity conservation and ecosystem restoration. Within the Natura 2000 network, member states of the EU are urged to take measures for maintaining and restoring natural habitats. For Flanders, new natural habitat has to be res...

Network

Cited By

Projects

Projects (11)
Archived project
Omtrent de reële impact van klimaatverandering op bos- en natuurgebieden bestaat nog veel onzekerheid. Slechts een beperkt aantal studies focust specifiek op de Vlaamse situatie. Het onderzoek zit bovendien verspreid over diverse kenniscentra. De uitdaging vandaag is om een meta-analyse te maken van dit lopende onderzoek in Vlaanderen en zo de reële bedreigingen beter in te schatten. Klimaatverandering wordt gedefinieerd als relevante wijzigingen in temperatuur, neerslag, droogte, stormfrequentie, ziektes en plagen, etc. Er wordt gezocht naar de impact op diverse ecosysteemdiensten: biodiversiteit, productie, regulerende functies, etc.
Archived project
In de zone van een nieuw te realiseren meanderarm worden mogelijkheden nagegaan voor ecologisch herstel van schrale glanshavergraslanden met pimpernel (habitattype 6510_hus). Voor de percelen die niet geschikt zijn om dit habitattype te realiseren, wenst de Vlaamse Milieumaatschappij eveneens een inrichtingsvisie uitgaande van een abiotische verkenning. Het onderzoek omvat een kwantitatieve beschrijving van de uitgangssituatie, de abiotische potentiebepaling voor de ontwikkeling van schrale glanshavergraslanden en scenario-analysen. In deze inrichtingsscenario’s wordt ondermeer aangegeven welke beheervorm de meeste kans op slagen biedt en wat voor elke beheervorm de verwachte ontwikkelingstermijn en kostprijs is. Vervolgens wordt een opvolgingsplan voor de opvolging van bodem- en grondwaternutriëntconcentraties en grondwaterstanden in functie van het uitgevoerde omvormingsbeheer opgemaakt. De opdracht is uitgevoerd door twee partners: het Eigen Vermogen van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (EVINBO) en het Labo voor Bos & Natuur van de Universiteit Gent (FORNALAB).
Archived project
In het kader van het geactualiseerd Sigmaplan voor veiligheid en natuurlijkheid zullen een aantal gebieden langs de Zenne en Nete heringericht worden in de periode 2010-2030 met als doel het herstel en de creatie van vegetaties van hooilanden op matig voedselrijk en vochtige bodem behorende tot het Europese habitattype 6510 \Laaggelegen schraal hooiland (Alopecurus pratensis, Sanguisorba officinalis). Deze grote graslandcomplexen zouden eveneens het leefgebied moeten worden van kwartelkoning en paapje. De meeste gronden in de projectgebieden zijn of waren in het recente verleden in landbouwgebruik. Een verstoring van het bodemprofiel evenals een sterk gewijzigde nutriëntenhuishouding in de bodem als gevolg van dit landbouwgebruik (jarenlange bemesting en bekalking) kan de ontwikkelingskansen van deze hooilanden echter sterk beïnvloeden. De opdrachtgever wenst dan ook de nutriëntentoestand van de percelen waar habitattype 6510 als doel geldt te onderzoeken aan de hand van chemische bodemanalyses. Finaal zal deze studie aangeven welke beheervorm de meeste kans op slagen biedt voor herstel of creatie van het habitattype en wat voor elke beheervorm de verwachte ontwikkelingstermijn is en kostprijs is. Daarbij zullen de volgende types van verschralingsbeheer aan bod komen: verschraling door maaien en afvoeren, verschralen door ontgronden, verschralen door uitmijnen en verschralen door de combinatie ontgronden en uitmijnen/maaien. De opdracht is uitgevoerd door twee partners: het Eigen Vermogen van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (EVINBO) en het Labo voor Bos & Natuur van de Universiteit Gent (FORNALAB).