PROCES

Published by Boom Uitgevers Den Haag
Print ISSN: 0165-0076
Publications
Van uitgebuite prostituees achter de ramen tot aspergestekers op het veld. Waar mensenhandel lange tijd louter in verband werd gebracht met gedwongen prosti‐ tutie, zijn sinds 2005 als gevolg van internationale verdragen vormen van uitbui‐ ting buiten de seksindustrie ook als vorm van mensenhandel opgenomen in het Nederlandse Wetboek van Strafrecht (in het huidige artikel 273f Sr). Toen des‐ tijds de reikwijdte van het delict mensenhandel in Nederland werd uitgebreid, was niet duidelijk of er – los van die verplichting op basis van de internationale verdagen – daadwerkelijk een noodzaak was om uitbuiting buiten de seksindu‐ strie (arbeidsuitbuiting of overige uitbuiting genoemd) strafbaar te stellen. Zowel onderzoekers als opsporingsdiensten hadden geen idee hoeveel slachtoffers van andere vormen van uitbuiting er zouden zijn. 1 Een verkennend literatuuronder‐ zoek wees wel op een groeiend risico. 2 Inmiddels is bekend dat andere vormen van uitbuiting inderdaad voorkomen in Nederland. Het aantal meldingen is evi‐ dent toegenomen naarmate er meer aandacht voor is gekomen. Hoewel het nog steeds niet mogelijk is om betrouwbare conclusies te trekken over de totale omvang van het fenomeen, 3 bestaan er gegronde vermoedens om te veronderstel‐ len dat er wereldwijd meer slachtoffers van arbeidsuitbuiting bestaan dan van uit‐ buiting in de seksindustrie. 4 Zo schat de International Labour Organisation het * Prof. mr. dr. Tineke Cleiren is hoogleraar Straf-en strafprocesrecht, prof. dr. Joanne van der Leun is hoogleraar Criminologie, en dr. Masja van Meeteren is universitair docent Criminologie. Zij zijn alle drie verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden. Alle auteurs maken deel uit van het onderzoeksprogramma Criminal Justice, Legitimacy, Accountability en Effectivitiy van de faculteit Rechtsgeleerdheid te Leiden.
 
De term ‘gender’ heeft ook ingang gevonden in politiek en beleid. Zo hebben de Verenigde Naties in 1995 op de vierde World Conference on Women het begrip ‘gender mainstreaming’ geïntroduceerd, en hanteert bijvoorbeeld de Europese Unie sinds 2004 dit als uitgangspunt voor haar beleid. Het gaat hier om mainstreaming a gender perspective in all policies and programs door de effecten van beleid voor vrouwen respectievelijk mannen te analyseren voordat beslissingen worden genomen.2 Een hiermee verbonden veronderstelling is dat beleid gebaseerd is op verschillende ideeën en verwachtingen ten aanzien van wat voor mannen en vrouwen relevant is. Daaruit volgt dat dat beleid voor mannen en vrouwen bedoeld of onbedoeld anders kan uitpakken. Een dergelijke gendersensitiviteit wil onbedoelde discriminatie en ongelijkheid voorkomen. Het is in feite een pleidooi voor maatwerk. Ook bij de aanpak van geweld speelt het begrip ‘gender’ inmiddels een belangrijke rol. In deze bijdrage aan het themanummer over weerbaarheid bij professionals vragen wij ons af waarom de aandacht voor gender zo belangrijk is bij de vergroting van de weerbaarheid van de professionals die betrokken zijn bij de aanpak van geweld. Onder weerbaarheid verstaan wij bij professionals dat zij in staat zijn eigen grenzen te onderkennen en te bewaken en daarnaast niet onzeker worden van tegenslag of moeilijkheden.3 Waarom en wat moeten professionals in de veiligheidszorg weten over de relatie tussen geweld en gender? Voordat we aan die vraag toekomen, staan wij stil bij de relatie tussen gender en geweld en de belangrijkste inzichten die criminologen het werken met dit concept heeft gebracht. Ook staan wij kort stil bij de doorwerking van dit begrip in de aanpak van geweld. Tot slot beantwoorden wij de hoofdvraag.
 
In this exploratory contribution, the central question is what will happen to students when they leave school and start looking for a job in security care. Three developments are addressed in this context: firstly, there are organizational changes: the municipal level has become increasingly important; in the second place, the complexity of the casuistry with which professionals are confronted is highlighted, and in the third place attention is paid to undesirable behavior with which professionals may be confronted while performing their work. What do these aspects mean for the resilience of the upcoming professional and the preparation for working life during training?
 
Top-cited authors
Janine Janssen
  • Open Universiteit Nederland
Daan P. Van Uhm
  • Utrecht University
Joke M. Harte
  • Vrije Universiteit Amsterdam
Vivienne de Vogel
  • Hogeschool Utrecht
Jeroen ten Voorde
  • Leiden University