Economisch-statistische Berichten

Publications
PIP: The author reviews the accuracy of seven forecasts of the expected population of the Netherlands in 1980 that were made between 1950 and 1980 and compares them with the official estimates for that year. The author concludes that the errors were so substantial that the forecasts would not have been of much value for planning purposes.
 
De toenemende vergrijzing roept de vraag op of de AOW in de toekomst betaalbaar blijft. Bij de beantwoording van deze vraag zijn de groei van de bevolking en van de reële lonen en de verwachte hoogte van de reële rentevoet van doorslaggevende betekenis. Vanwege de onzekerheid over de ontwikkeling van deze variabelen is een mengvorm van een omslagstelsel en een kapitaaldekkingsstelsel nog steeds de beste garantie voor een betaalbaar pensioen.
 
De vraag naar biologische producten is slechts in beperkte mate gevoelig voor veranderingen in het prijsverschil tussen biologische producten en hun niet-biologische tegenhangers. Alleen prijsbeleid is niet afdoende om een marktaandeel van 5 procent voor biologische voedingsproducten te realiseren.
 
E en verschuiving in de belastingdruk van de lagere arbeidsinkomens naar het middenkader heeft volgens het model MIMIC van het CPB positieve effecten op de werkgelegenheid. Dit hangt vooral samenn met het loonmatigende effect van hogere marginale tarieven in het model. Echter, MIMIC houdt geen rekening met een aantal ontmoedigende effecten van hogere marginale tarieven. Het totale effect van een 'Robin Hood'-beleid is niet op voorhand duidelijk. In de verkiezingsprogramma's krijgt een verlaging van de wig voor laagbetaalden een hoge prioriteit. Zowel links als rechts onderkennen daarmee de noodzaak om iets te doen aan de langdurige werk-loosheid onder laaggeschoolden. Minder druk van be-lastingen en premies op de lagere inkomens kan im-mers de bruto loonkosten verlagen, waarmee een bijdrage wordt geleverd aan het creëren van meer ar-beidsplaatsen aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Over de financiering van een lagere wig voor laagbetaalden zijn de politieke partijen minder eens-gezind. Enerzijds wordt deze gezocht in een verla-ging van de sociale uitkeringen. De VVD gaat hierin het verst met haar pleidooi voor een ministelsel voor de sociale zekerheid waarbij de uitkeringen (exclu-sief de AOW) worden teruggebracht van zeventig procent van het laatstverdiende loon tot zestig pro-cent van het netto minimumloon. Anderzijds worden de middelen gezocht in allerhande fiscale verschui-vingen hetgeen resulteert in een hogere marginale be-lastingdruk op het middenkader. Zo zal de marginale wig voor een modale werknemer door de PvdA voor-stellen met 7%-punt stijgen, terwijl deze in het Groen-Links programma met lO%-punt toeneemt (tabel I). Ondanks deze verschillen in financiering tonen de doorrekeningen van het CPB van de economische effecten van de diverse verkiezingsprogramma's op-merkelijk weinig verschil. Zo is het frappant dat de PvdA, die twaalf miljard minder bezuinigt dan de VVD, volgens het CPB qua werkgelegenheid niet zo-veel slechter scoort dan de VVD en het zelfs beter doet ten aanzien van de werkloosheid 1. De plannen van Groenlinks leveren in het meest positieve scena-rio toch zo'n 86.000 extra banen op2. Deze uitkomsten gaan in tegen de intuïtie van veel economen. Zij geloven namelijk dat maatregelen die leiden tot meer fiscale progressie de economie meer verstoren en de werkgelegenheid aantasten. Dit is precies waarom Thatcher, Reagan en in mindere mate de kabinetten Lubbers I en II de marginale be-lastingtarieven hebben verlaagd 3 . In deze bijdrage gaan we in op de vraag hoe een verschuiving in de belastingdruk van de lagere arbeidsinkomens naar het middenkader, waardoor de progressie in het be-lastingstelsel toeneemt, uitpakt voor de werkgelegen-heid. We gaan daartoe in op zowel de voor-als nade-len van progressieve belastingen. Ook bespreken we in dit kader het MIMIC-model van het CPB.
 
In België en Nederland zal in de toekomst de output van een kleiner aantal werkenden gedeeld moeten worden met steeds meer gepensioneerden. Al het overige gelijk, daalt hierdoor de gemiddelde jaarlijkse economische groei per hoofd van de bevolking naar schatting met 0,4 à 0,5 procentpunt in de komende 25 jaar. Kunnen gezinnen en bedrijven dit ongunstige gevolg van de demografische verandering compenseren via gedragsveranderingen?
 
Het zijn niet langer alleen eindproducten, maar ook productie-factoren die de wereld over gaan. In de geglobaliseerde wereld van vandaag wordt dit gezien als een argument tegen vrijhandel. Hörnigk gebruikte dat argument al voor het Oostenrijk van 1684.
 
De vaste courtages voor bemiddeling bij aan- en verkoop van onroerend goed zijn hoger dan wenselijk is om de markt voor onroerend goed efficiënt te laten functioneren. De thans vigerende prijsafspraken hebben geleid tot een duur makelaarskartel, dat zonder aanwijsbare reden meer kosten maakt dan concurrenten die buiten bet kartel vallen. De marktwerking kan nieuw leven warden ingeblazen door prestatie- afhankelijke berekening van de courtages.
 
De Europese Commissie wil de luchtvaart betrekken in het Europese handelssysteem voor broeikasgasemissies. De voorgestelde wijze van toedeling van emissierechten vermindert echter de efficiëntie van het systeem.
 
De Nederlandse arbeidsmarkt begint na jaren van restrictief immigratiebeleid over te stappen op een selectief immigratiebeleid. Nederlandse werkgevers zijn echter terughoudend in het werven over de grens en ook Nederlandse werknemers zijn niet erg enthousiast om tijdelijk over de grens te gaan werken. Het wegwerken van de zichtbare drempels door overheden voor een vrije internationale arbeidsmarkt is noodzakelijk maar niet voldoende.
 
De bereidheid van Nederlandse werknemers om in het buitenland te werken lijkt groot, toch blijft het meestal bij dromen.De geringe arbeidsmigratie lijkt in belangrijke mate terug te voeren op het feit dat werknemers maar weinig kans op inkomensverbetering zien en niet het idee hebben dat hun buitenlandse ervaring bij terugkomst door Nederlandse werkgevers wordt gewaardeerd.
 
De bereidheid van Nederlandse werknemers om in het buitenland te werken lijkt groot, toch blijft het meestal bij dromen. De geringe arbeidsmigratie lijkt in belangrijke mate terug te voeren op het feit dat werknemers maar weinig kans op inkomensverbetering in het buitenland zien en niet het idee hebben dat buitenlandervaring bij terugkomst door Nederlandse werkgevers wordt gewaardeerd.
 
Top-cited authors
Hendrik P. Van Dalen
  • Netherlands Interdisciplinary Demographic Institute
Kene Henkens
  • Netherlands Interdisciplinary Demographic Institute
Hessel Oosterbeek
  • University of Amsterdam
Peter GW Smulders
Ton van Schaik
  • Tilburg University