Citations

... Bovendien moet ook de mineraalrijke en ijzerrijke kwel op de standplaatsen in stand gehouden worden (van Tooren & Sparrius 2007). De soort staat vooral op plekken die het jaarrond zeer nat tot iets geïnundeerd zijn (van Tweel et al. 2015). ...
Technical Report
Full-text available
Restoration strategies to mitigate effects of atmospheric nitrogen deposition on Natura2000 habitat in Flanders. In this report we describe 25 restoration measures that can (temporarily) mitigate negative effects by nitrogen deposition on 84 Natura2000 habitat and subhabitat types in Flanders (northern Belgium). For each restoration measure, the positive effects or negative unintended consequences are briefly listed. We discern for this purpose eutrophication, acidification and other effects, the latter in particular on fauna. Restoration measures were prioritized and related to each other, which resulted in restoration strategies for each habitat or subhabitat type. These restoration strategies are based on expert judgement and give an indication of the relevance of measures at the scale of Flanders as a whole. Local managers can use it as a support, but in many cases adjustment to local conditions will be necessary. This report also discerns habitat or subhabitat for which restoration measures are unable to stop degradation by persistent nitrogen deposition (type A), from habitat for which restoration measures can be more successful (type B). The nutrient status of type A habitat and subhabitat is mostly determined by the quality of precipitation, and they are therefore very sensitive for simultaneous acidification and eutrophication. By contrast, type B habitat and subhabitat is buffered by (moderately) mineral rich soil or groundwater, implicating that measures to counteract eutrophication do not cause further acidification. In dit rapport worden 25 herstelmaatregelen beschreven, die de negatieve effecten kunnen mitigeren van te hoge depositie van stikstof, op 84 Europese habitat(sub)typen uit Vlaanderen die gevoelig zijn voor deze milieudruk. Het rapport heeft tot doel een beknopte onderbouwing te leveren van de werking van de maatregelen en de neveneffecten die ze kunnen hebben, zodat ze kunnen gebruikt worden om in het kader van de programmatisch Aanpak Stikstof (PAS) negatieve effecten van stikstofdepositie te mitigeren. Op basis van een expertenoordeel werd aan de herstelmaatregelen in tabelvorm een globale prioritering op het niveau van Vlaanderen toegekend, die in een begeleidende tekst werd onderbouwd. Het pakket van herstelmaatregelen en hun onderlinge prioritering, vormen samen een herstelstrategie voor elk van de habitat(sub)typen die stikstofgevoelig zijn. Met deze globale herstelstrategieën als houvast kan de beheerder een herstelstrategie op maat uitwerken, die is aangepast aan de lokale kenmerken van de Europese habitats. Dit betekent dat de prioriteit van de maatregelen lokaal tegen het licht wordt gehouden en zo nodig kan aangepast worden, om zo goed mogelijk tegemoet te komen aan de lokale problematiek. Het rapport bevat ook een beoordeling van de effectiviteit van het herstelbeheer (A of B), die variabel is en afhankelijk van systeemkenmerken van het habitat(sub)type waarvoor het van toepassing is