Figure - uploaded by Quirine A.M. Eijkman
Content may be subject to copyright.
Figuur 2: Het framework is ontwikkeld door Law for Life en Bristol University Personal Finance Research Centre (Collard et al., 2011, p. 12). 

Figuur 2: Het framework is ontwikkeld door Law for Life en Bristol University Personal Finance Research Centre (Collard et al., 2011, p. 12). 

Source publication
Technical Report
Full-text available
Sinds de invoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) wordt gemeentelijk gefinancierde zorg pas toegekend nadat de gemeente onderzoek heeft gedaan naar de persoonlijke situatie van de betreffende burger. Dit heeft de rol van lokale sociale professionals drastisch veranderd: deze heeft naast zorgkennis nu ook juridische kennis nodig. He...

Citations

... Zou je dit meer kunnen inkopen, of dat je niet meer moet afnemen van deze aanbieder' (teamleider 4). Teamleider 3 is van mening dat het regelen van goede zorg voor mensen in de wijk een samenspel is tussen de gemeente, de specialistische zorg en de buurtteams: Inmiddels worden er binnen de Nederlandse context vraagtekens geplaatst bij de invloed van de gevolgen van de decentralisaties op de professionele handelingsruimte van sociaal werkers en de mogelijkheid om een positie in te nemen ten opzichte van het nieuwe beleid (Claessen, Eijkman & Lamkaddem, 2017). ...
Technical Report
Full-text available
Met de transities in het sociaal domein en de daarmee veranderende rol van de sociaal werker wordt een mensenrechtenbenadering relevanter. Het sociaal werk wordt steeds vaker geprofileerd als ‘mensenrechtenberoep’ omdat deze professionals een brugfunctie vervullen tussen de leefwereld van burgers en het lokale beleid. Sociaal werkers in wijkteams bepalend zijn geworden voor de toegang tot sociale zorg en ondersteuning. Daarom spelen zij een grote rol in de manier waarop sociaal-economische mensenrechten worden gerealiseerd. Toegang tot sociale zorg en ondersteuning kan namelijk worden gezien als onderdeel van het recht op gezondheid, het recht op een behoorlijke levensstandaard, en het recht op sociale zekerheid. Wanneer door regelgeving en beleid belemmeringen ontstaan in toegang tot zorg, brengt dit risico’s met zich mee voor de realisatie van deze mensenrechten op lokaal niveau. Deze praktijkstudie laat de invloed van sociale professionals op dit proces zien. Vier concrete belemmeringen in toegang tot zorg en ondersteuning zijn geconstateerd. Ten eerste is de toegang tot de specialistische zorg beperkt. Daarnaast kan de nadruk op zelfredzaamheid een belemmering in toegang veroorzaken wanneer de zelfredzaamheid van cliënten wordt overschat. Vervolgens bestaan er onduidelijkheden over de grenzen tussen de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Wet langdurige zorg (Wlz), waardoor mensen moeilijkheden ervaren in het verkrijgen van de juiste zorg. Ten slotte kampen de wijkteams met verschillen in kennis en ervaring tussen sociaal werkers, waardoor zorgbehoeftes verkeerd kunnen worden ingeschat. Uit de interviews met sociaal werkers en teamleiders bleek hoe ze op verschillende manieren omgaan met de vier belemmeringen. De belemmeringen lijken in eerste instantie door de sociaal werkers met name op individueel cliëntniveau benaderd te worden door de eigen interpretatie en toepassing van beleid, en door de manier waarop zij de noodzaak voor (specialistische) zorg onderbouwen binnen het eigen team. Het rapport suggereert eveneens dat bepaalde belemmeringen aandacht krijgen op buurtteamniveau met maatregelen gericht op kennisdeling en kennisbehoud. Het onderzoek laat verder zien dat teamleiders en sociaal werkers met betrekking tot enkele belemmeringen in contact treden met de gemeente. Hiermee beïnvloeden zij toegang tot zorg door te pleiten voor meer aanbod van specialistische zorg, door praktijkgerichte interpretaties van beleid voor te leggen, en door te vragen om betere kennisdeling tussen de wijkteam en de specialistische zorg. Wat opvalt is niet alle belemmeringen in toegang tot zorg worden aangekaart. Daardoor blijven deze problemen op individueel cliëntniveau bestaan en is de invloed hiervan op de toegang tot zorg met name afhankelijk van het handelen van de sociaal werker.
Technical Report
Full-text available
Omdat wet- en regelgeving lastig te doorgronden kunnen zijn, staan in verschillende Nederlandse gemeenten sociaal raadslieden de eerstelijns professionals in wijkteams bij. Deze rechtshulpverleners adviseren en ondersteunen individuele burgers en sociaal werkers op juridisch gebied. Zodoende leveren zij tezamen met de sociale professionals in de wijkteams een belangrijke bijdrage aan de toegang tot voorzieningen voor hulpzoekende burgers. Sociaal raadslieden kunnen vanuit deze positie worden gezien als hoeders van mensenrechten in de lokale praktijk. Een eerdere studie, Tussen Burgers en Mensenrechten Lokaal: Sociale Professionals over Toegang tot Zorg en Ondersteuning, onderzocht de manier waarop sociaal werkers en sociaal werk-teamleiders in wijkteams bijdragen aan toegang tot zorg en ondersteuning. In dit rapport wordt een vervolg gegeven aan dit eerdere onderzoek. Met hun sociaal-juridische achtergrond kunnen sociaal raadslieden namelijk een ander perspectief bieden. Door middel van interviews met tien sociaal raadslieden gehouden in 2018 in Utrecht zijn belemmeringen in de toegang tot zorg, zoals die in de dagelijkse gang van zaken verloopt binnen wijkteams, vanuit hun juridische perspectief uiteengezet. Uit wetgeving en beleid blijkt dat sociaal raadslieden, in tegenstelling tot sociaal werkers, geen rechtstreekse rol spelen in het faciliteren van toegang tot zorg of ondersteuning. Voor toegang tot de specialistische zorg verwijzen ze door naar de sociaal werkers, naar andere eerstelijns professionals, de onafhankelijke cliëntondersteuners, en in sommige gevallen naar tweedelijns rechtshulpverleners, voornamelijk advocaten. Het rapport laat verder zien dat belemmeringen die voortkomen uit regelgeving of beleid, in eerste instantie door sociaal raadslieden wordt opgelost op individueel niveau: per cliënt. Daarnaast wordt er gebruikgemaakt van een bestaande stedelijke, regionale en landelijke structuur om dergelijke belemmeringen te signaleren en aan te kaarten. Het blijft echter de vraag of op deze manier de problemen ten aanzien van toegang tot zorg en ondersteuning op lokaal niveau structureel worden aangepakt. Ten aanzien van toegang tot het recht lijken sociaal raadslieden met name een aanvullende rol spelen te spelen. De directe verantwoordelijkheid voor de omgang met belemmeringen door hulpzoekers wordt immers neergelegd bij de lokale sociaal werkers en de onafhankelijke cliëntondersteuners, die ze – anoniem – kunnen bijstaan bij maatschappelijke ondersteuning en hulp bij het verkrijgen daarvan. Het lijkt er daardoor sterk op dat de sociaal raadslieden het niet als hun primaire taak beschouwen om de toegang tot het recht in de context van zorg en ondersteuning te versterken. Dit heeft, ondanks de belangrijke aanvullende rol van sociaal raadslieden, zijn weerslag op het waarborgen van mensenrechten voor de meest kwetsbare burgers.