-
[show abstract]
[hide abstract]
ABSTRACT: Emissions of nitrous oxide (N2O) from managed and grazed grasslands on peat soils are amongst the highest emissions in the world per unit of surface of
agriculturally managed soil. According to the IPCC methodology, the direct N2O emissions from managed organic soils is the sum of N2O emissions derived from N input, including fertilizers, urine and dung of grazing cattle, and a constant ‘background’ N2O emission from decomposition of organic matter that depends on agro-climatic zone. In this paper we questioned the constant
nature of this background emission from peat soils by monitoring N2O emissions, groundwater levels, N inputs and soil NO3
−–N contents from 4 grazed and fertilized grassland fields on managed organic peat soil. Two fields had a relatively low groundwater
level (‘dry’ fields) and two fields had a relatively high groundwater level (‘wet’ fields). To measure the background N2O emission, unfertilized sub-plots were installed in each field. Measurements were performed monthly and after selected management
events for 2years (2008–2009). On the managed fields average cumulative emission equaled 21±2kgNha−1y−1 for the ‘dry’ fields and 14±3kgNha−1y−1 for the ‘wet’ fields. On the unfertilized sub-plots emissions equaled 4±0.6kgNha−1y−1 for the ‘dry’ fields and 1±0.7kgNha−1y−1 for the ‘wet’ fields, which is below the currently used estimates. Background emissions were closely correlated with groundwater
level (R
2=0.73) and accounted for approximately 22% of the cumulative N2O emission for the dry fields and for approximately 10% of the cumulative N2O emissions from the wet fields. The results of this study demonstrate that the accuracy of estimating direct N2O emissions from peat soils can be improved by approximately 20% by applying a background emission of N2O that depends on annual average groundwater level rather than applying a constant value.
KeywordsNitrate–Groundwater level–Cultivated organic soil–Peat–Grassland–Seasonal effects–Farm management–Mitigation
Nutrient Cycling in Agroecosystems 05/2012; 89(3):453-461. · 1.79 Impact Factor
-
[show abstract]
[hide abstract]
ABSTRACT: Intensively managed grasslands on organic soils are a major source of nitrous oxide (N2O) emissions. The Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) therefore has set the default emission factor at 8kgN–N2Oha−1year−1 for cultivation and management of organic soils. Also, the Dutch national reporting methodology for greenhouse gases uses
a relatively high calculated emission factor of 4.7kgN–N2Oha−1year−1. In addition to cultivation, the IPCC methodology and the Dutch national methodology account for N2O emissions from N inputs through fertilizer applications and animal urine and faeces deposition to estimate annual N2O emissions from cultivated and managed organic soils. However, neither approach accounts for other soil parameters that might
control N2O emissions such as groundwater level. In this paper we report on the relations between N2O emissions, N inputs and groundwater level dynamics for a fertilized and grazed grassland on drained peat soil. We measured
N2O emissions from fields with different target groundwater levels of 40cm (‘wet’) and 55cm (‘dry’) below soil surface in
the years 1992, 1993, 2002, 2006 and 2007. Average emissions equalled 29.5kg N2O–Nha−1year−1 and 11.6kgN–N2O ha−1year−1 for the dry and wet conditions, respectively. Especially under dry conditions, measured N2O emissions exceeded current official estimates using the IPCC methodology and the Dutch national reporting methodology. The
N2O–N emissions equalled 8.2 and 3.2% of the total N inputs through fertilizers, manure and cattle droppings for the dry and
wet field, respectively and were strongly related to average groundwater level (R
2=0.74). We argue that this relation should be explored for other sites and could be used to derive accurate emission data
for fertilized and grazed grasslands on organic soils.
KeywordsNitrous oxide emission-Emission factor-Tile drains-Fertilizer application
Nutrient Cycling in Agroecosystems 01/2010; 86(3):331-340. · 1.79 Impact Factor
-
-
-
-
-
Geophysical Research Abstracts 12 (2010).
-
[show abstract]
[hide abstract]
ABSTRACT: Het gebied van de aanpassingsinrichting Ade bestaat voor ca. 2/3 van de oppervlakte cultuurgronden uit bovenlandgronden en voor het overige deel uit droogmakerijgronden. Het gehele gebied raakte in het begin van het Holoceen bedekt met veen (Basisveen), waarop later door verdere stijging van de zeespiegel zavel en klei (Afzettingen van Calais) tot afzetting kwam. Nadat zich langs de kust een min of meer gesloten systeem van strandwallen had ontwikkeld, nam de invloed van de zee af en werden de omstandigheden voor de vorming van veen weer gunstig. Tot aan het eind van het Subboreaal kon zich een dik veenpakket ontwikkelen. Hierna was de zeespiegel weer zover gestegen dat weer zavel en klei tot afzetting kwam (Afzettingen van Duinkerke). Het bovenlandwerd nu met een dunne laag zavel of klei overdekt, waarbij het materiaal voornamelijk via voormalige veenstroompjes werd aangevoerd. De dikste kleipakketten worden in en langs deze stroompjes aangetroffen. In de droogmakerijen heeft de zee waarschijnlijkminder invloed gehad. Hier ontstond ten slotte veenmosveen, dat later voor de turfbereiding werd gebruikt. Ter plaatse ontstonden plassen, die aan het eind van de 18e en het begin van de 19e eeuw zijn drooggemalen. Bijna overal bestaat de bovengrond uit een toemaakdek, waardoor de gronden een eerdlaag hebben gekregen. De grootste oppervlakte, zowel in het bovenland als in de droogmakerijen, bestaan uit koopveengronden, weideveengronden, liedeerdgronden en leek-/woudeerdgronden. De fluctuatie van het grondwater is gering vanwege de goede polderpeilbeheersing.
Wageningen, Alterra, 2000. SC-rapport 700, 76 blz.
-
-
-
[show abstract]
[hide abstract]
ABSTRACT: Onderzocht is of de kwaliteit van regionale, met een ruimtelijk model, gemaakte kaarten van de Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand en Gemiddeld Laagste Grondwaterstand kan worden verbeterd door middel van aanvullend veldwerk. Hiervoor is de kwaliteit onderzocht van de modelmatig gemaakte kaart van het waterschap Rijn en IJssel en van de in het veld opgenomen grondwatertrappenkaart in een studiegebied in de omgeving van Vorden-Wichmond. Geconcludeerd wordt dat de in het veld opgenomen grondwatertrappenkaart nauwkeuriger is dan de modelmatig gemaakte kaart. Dit komt tot uiting in een kleinere systematische fout en een kleinere toevallige fout. De kosten van dit aanvullende veldwerk zijn echter hoog. Nader onderzoek naar de efficiëntie van alternatieve methoden om de kwaliteit van de modelmatig gemaakte kaart te vergroten is daarom gewenst.
-
-
-
-
-
[show abstract]
[hide abstract]
ABSTRACT: Een beleidsvoornemen is om binnen afzienbare tijd het fosfaatkunstmestgebruik in Nederland samen met het fosfaat van dierlijke mest te reguleren. Een stelsel van gebruiksnormen voor fosfaat uit dierlijke mest, overige organische meststoffen en kunstmest zal worden ingevoerd. Dit stelsel gaat ervan uit dat de bodem niet fosfaatarm is. Voor fosfaatarme gronden wordt een voorziening getroffen. Dit rapport behandelt deze voorziening. Een protocol voor het aanwijzen van fosfaatarme gronden die in aanmerking komen voor een verhoogde gebruiksnorm voor fosfaat is opgesteld. Dit rapport geeft de technisch-wetenschappelijke achtergronden bij het protocol. Het protocol is getest in de praktijk. Op basis van de technisch-wetenschappelijke achtergronden en de ervaringen met de test in de praktijk worden opties voor beleidskeuzen gegeven.
-
-
I.G.A.M. Noij,
Salm,
H.T.L. Massop,
E.M.P.M. Boekel,
C. Schuiling, M. Pleijter,
O.A. Clevering,
Bakel,
P.J.T,
W.J. Chardon,
D.J.J. Walvoort
-
Nutrient Cycling in Agroecosystems (2010).
-