Article

AMEE Guide no 30: Faculty development: yesterday, today and tomorrow

University of the United Arab Emirates, United Arab Emirates.
Medical Teacher (Impact Factor: 2.05). 02/2008; 30(6):555-84. DOI: 10.1080/01421590802109834
Source: PubMed

ABSTRACT Medical education has evolved to become a discipline in its own right. With demands on medical faculties to be socially responsible and accountable, there is now increasing pressure for the professionalisation of teaching practice. Developing a cadre of professional and competent teachers, educators, researchers and leaders for their new roles and responsibilities in medical education requires faculty development. Faculty development is, however, not an easy task. It requires supportive institutional leadership, appropriate resource allocation and recognition for teaching excellence. This guide is designed to assist those charged with preparing faculty for their many new roles in teaching and education in both medical and allied health science education. It provides a historical perspective of faculty development and draws on the medical, health science and higher education literature to provide a number of frameworks that may be useful for designing tailored faculty development programmes. These frameworks can be used by faculty developers to systematically plan, implement and evaluate their staff development programmes. This guide concludes with some of the major trends and driving forces in medical education that we believe will shape future faculty development.

Download full-text

Full-text

Available from: Jacqueline Van Wyk, Jul 27, 2015
8 Followers
 · 
337 Views
  • Source
    [Show abstract] [Hide abstract]
    ABSTRACT: Het opleiden van artsen in opleiding tot specialist (aios) in een medische vervolgopleiding vraagt om specifieke kennis en vaardigheden met betrekking tot leren en opleiden. Door deel te nemen aan didactische professionalisering kunnen opleiders zich deze kennis en vaardigheden eigen maken en hun verander(en)de rol goed vervullen. In het kader van het In VIVO-project worden in de verschillende opleidingsregio's professionaliseringsactiviteiten aangeboden. Idealiter is dit een doordacht programma van opleidingsactiviteiten, bestaande uit een basiscursus, assessments, korte workshops, ‘coaching-on-the-job’ en intervisie. Door evaluaties van de deelnemers kan de inhoud aan de behoeft worden aangepast. Professionalisering vereist het ontwikkelen van een (gedeelde) visie op het leren en de ontwikkeling van professionals in de organisatie, het vertalen van deze visie in scholingsactiviteiten, het creëren van condities om de opleidingsactiviteiten te implementeren op de werkvloer, en tenslotte de kwaliteitsborging en de koppeling van de visie op opleiden aan het personeelsbeleid. Op deze manier is er niet alleen sprake van een onderwijskundige vernieuwing, maar voltrekt zich langzaam maar zeker ook een cultuuromslag. Bij de professionalisering van opleiders/opleidingsteams is het scholen van aios, zowel op didactisch gebied als ook met betrekking tot het nieuwe opleidingsplan, een belangrijke succesfactor. Hiertoe behoren: het binnen een discipline gezamenlijk trainen van aios en opleidingsteam en het aanbieden van een mix van scholingsactiviteiten. Het is moeilijk voldoende cursusleiders te krijgen voor de diverse scholingsactiviteiten. Tot slot blijft het een lastige opgave nieuwe opleidingsactiviteiten in de medische praktijk structureel een plek te geven. Het begeleiden van opleidingsteams in deze cultuuromslag zal een belangrijk onderdeel van de gehele professionalisering zijn. (Fluit CRMG, Heineman MJ, Baane JA, Leede BJA de, Mulder H. Professionalisering van opleiders: leren opleiden met en van elkaar. Tijdschrift voor Medisch Onderwijs 2008;27(6):288-295.) Delivering postgraduate training programmes for junior doctors requires special knowledge and expertise in education and training. Participation in teacher training programmes enables programme directors and clinical teachers to acquire the knowledge and expertise to fulfil their changing role in specialist training. Everywhere in the Netherlands training programmes for clinician-trainers are offered. Ideally, such programmes should comprise a basic course, assessments, short workshops – partly on the wards –, on the job coaching and reflective practice. Participants’ evaluations of these programmes can be used to improve them. Training in teaching competence should include the development of a shared vision on training and development of professionals within an organisation, translation of this vision into training activities, implementation of these training activities in daily practice, quality assurance, and connecting this vision on training and teaching with human resource management. This way, change is not restricted to education and training but a culture change is achieved. Important factors that determine the effectiveness of postgraduate training are: training not only of trainers but also of trainees in both educational skills and focused on the modernised training programmes, joint attendance of training courses by clinical teachers and trainees in the same discipline, and a mixture of training activities. It has proved hard to recruit sufficient teachers to conduct the required training activities. Finally, it remains a challenge to incorporate training activities into the structure of clinical practice routines. Coaching clinician teachers during this culture change will be a crucial component of achieving educational professionalism for postgraduate teachers. (Fluit CRMG, Heineman MJ, Baane JA, De Leede BJA, Mulder H. Postgraduate trainers and trainees learn with and from one another how to become professional clinical teachers. Dutch Journal of Medical Education 2008;27(6):288-295.)
    Tijdschrift voor Medisch Onderwijs 12/2008; 27(6):288-295. DOI:10.1007/BF03078291
  • Source
    [Show abstract] [Hide abstract]
    ABSTRACT: Achtergrond: De kwaliteit van docenten in het hoger onderwijs staat sterk in de belangstelling, zoals blijkt uit de ontwikkeling en implementatie van richtlijnen voor docentkwalificaties aan de Nederlandse Universiteiten. Doel: Omdat medisch onderwijs een speciale positie inneemt binnen het hoger onderwijs heeft de OnderwijsCommissieGeneeskunde van het DisciplineOverleg Medische Wetenschappen (OCGDMW) een nationale werkgroep in het leven geroepen om een methode te ontwikkelen en criteria te wegen voor onderwijskwalificaties voor medische docenten. Deze werkgroep werd tijdens de ontwikkeling van het raamplan geïntegreerd met de werkgroep Docentprofessionalisering van de NVMO. Methodes en werkwijze: Er is een raamplan ontwikkeld waarin de competenties beschreven zijn van docenten binnen het gehele medisch onderwijscontinuüm, inclusief tandheelkunde en diergeneeskunde. Resultaten: Het raamplan onderscheidt drie dimensies: a) zes taakgebieden binnen het onderwijs (ontwikkeling – organisatie – uitvoering – begeleiding – toetsing – evaluatie); b) drie niveaus in de organisatie waarop docenten hun taken uitvoeren (micro-, meso- en macroniveau) en c) competenties als integratie van kennis, vaardigheden en attitude. Het geheel wordt beschreven als gedrag in een specifieke context. Het huidige raamplan is het resultaat van verschillende rondes van beschrijvingen, feedback vanuit het werkveld en van aanpassingen. Het is bedoeld als richtlijn met ruimte voor lokale invulling. Discussie/conclusie: Het raamplan biedt een gemeenschappelijke taal die gebruikt kan worden zowel door docenten en docenttrainers, alsook door medewerkers kwaliteitszorg, personeelszaken en bestuurders. (Molenaar WM, Zanting A, Beukelen P van, Grave W de, Baane JA, Bustraan JA, Engbers R, Fick ThE, Jacobs JCG, Vervoorn JM. Een raamplan voor docentcompetenties binnen het medisch opleidingscontinuüm. Tijdschrift voor Medisch Onderwijs2009;28(5):201–211.) The quality of teachers in higher education is subject of increasing attention, as exemplified by the development and implementation of guidelines for teacher qualifications at Universities in the Netherlands. Because medical education takes a special position in higher education the Council of Deans of Medical Schools in The Netherlands installed a national task force to explore a method to weigh criteria for educational qualifications of medical teachers. For that purpose a framework was developed covering competencies of teachers throughout the medical education continuum and including medicine, dentistry and veterinary medicine. The framework distinguishes three dimensions: a) six domains of teaching (development – organization – execution –coaching – assessment – evaluation); b) three levels in the organization at which teachers perform (micro, meso and macro level) and c) competencies as integration of knowledge, skills and attitude and described as behavior in specific context. The current framework is the result of several cycles of descriptions, feedback from the field and adaptations. It is meant as a guideline, leaving room for local detailing. The framework provides a common language that may be used by several groups, such as teachers, teacher trainers, quality assurance committees, human resource managers and institutional boards. (Molenaar WM, Zanting A. Beukelen P van, Grave, W de, Baane JA, Bustraan JA, Engbers R, Fick ThE, Jacobs JCG, Vervoorn JM, A framework of teaching competencies across the medical education continuum. Dutch Journal of Medical Education 2009;28(5):201-211.)
    Tijdschrift voor Medisch Onderwijs 10/2009; 28(5):201-211. DOI:10.1007/BF03081797
  • Source
    [Show abstract] [Hide abstract]
    ABSTRACT: The models of faculty development (FD) currently in use in India are not based on any needs assessment of teachers working in Indian medical schools. We did this study to identify pedagogic themes that should be included in FD programmes in India and to ascertain the relative importance of these themes as perceived by experienced teachers. A questionnaire containing themes relating to FD was developed from a review of the literature and the content of current FD programmes in India. The themes to be included in the questionnaire were piloted with the help of 3 senior teachers. We then conducted a 3-round normative Delphi technique to identify which of these themes were considered the most important for FD programmes in India. Of 32 teachers from both clinical and non-clinical departments who agreed to rate the themes, 26 completed the entire process. There was a significant decrease in the standard deviation of the ratings in round 3 as compared to rounds 1 and 2. Themes related to instruction and assessment were rated the highest. Curriculum-related themes received lower priority. There was no significant difference in the ratings provided by clinical and non-clinical teachers. We prioritized the themes for FD programmes in India on the basis of the felt needs of teachers. These identified themes need to be given priority when planning FD programmes.
    The National medical journal of India 23(5):297-301. · 0.91 Impact Factor
Show more