Article

Niet-herkend hartfalen bij oudere patiënten met chronisch obstructieve longziekte

Huisarts en wetenschap 12/2005; 48(12):122-128. DOI: 10.1007/BF03084158

ABSTRACT Rutten FH, Cramer M-J, Grobbee DE, Sachs APE, Kirkels JH, Lammers J-W, Hoes AW. Niet-herkend hartfalen bij oudere patiënten
met chronisch obstructieve longziekte. Huisarts Wet 2005;48(12):602-8.

Doel Vaststellen van de prevalentie van nog onbekend hartfalen bij oudere patiënten met chronisch obstructieve longziekte (COPD)
in een stabiele fase van hun ziekte.

Methode Wij deden een cross-sectioneel onderzoek waarbij wij patiënten van 65 jaar en ouder uitnodigden op onze polikliniek die van
hun huisarts de ICPC-code chronische bronchitis of COPD hadden gekregen. Patiënten die al een (door een cardioloog) echocardiografisch
vastgestelde diagnose hartfalen hadden, kregen geen uitnodiging. Alle deelnemers (n=405) werden uitgebreid onderzocht door
middel van anamnese (met voorgeschiedenis), lichamelijk onderzoek, longfoto, elektrocardiografie, bloedonderzoek, echocardiografie
en longfunctieonderzoek. Als gouden standaard voor de diagnose hartfalen en/of COPD gebruikten we de mening van een panel
dat bestond uit twee cardiologen, een huisarts en een longarts. Dit panel baseerde de diagnose hartfalen op alle beschikbare
resultaten van de diagnostische onderzoeken. Conform de diagnostische criteria van de Europese Sociëteit voor Cardiologie
(ESC) was er sprake van hartfalen indien er klachten waren die pasten bij hartfalen in combinatie met echocardiografisch vastgestelde
(systolische en/of diastolische) ventrikeldisfunctie.

Voor de diagnose COPD golden de diagnostische criteria van de Global Initiative for COPD (GOLD).

Resultaten Van de 405 deelnemers hadden er 83 (20,5%, 95%-BI 16,7-24,8) hartfalen bij wie dat niet eerder onderkend was. Bij 42 patiënten
betrof het systolisch, bij 41 geïsoleerd diastolisch en bij niemand geïsoleerd rechtszijdig hartfalen. In totaal hadden 244
(60,2%) patiënten COPD volgens de GOLD-criteria, van wie 50 (20,5%, 95%-BI 15,6-26,1) in combinatie met hartfalen.

Conclusie Bij oudere patiënten met een huisartsdiagnose COPD of chronische bronchitis wordt hartfalen vaak niet herkend. Om de diagnostiek
en behandeling van hartfalen bij deze grote groep patiënten te verbeteren is nauwere samenwerking tussen huisarts, longarts
en cardioloog nodig.

COPD-hart- en vaatziekten-hartfalen-onderzoek-ouderen

0 Followers
 · 
121 Views
  • Source
    [Show abstract] [Hide abstract]
    ABSTRACT: Hoefman E, Van Weert HCPM, Reitsma JB, Koster RW, Bindels PJE. De opbrengst van eventrecorders bij de diagnostiek van hartritmestoornissen in de huisartsenpraktijk: een gerandomiseerd effectonderzoek. Huisarts Wet 2005;48(12):597-602. Doel Omdat klachten van hartkloppingen en lichtheid in het hoofd meestal aanvalsgewijs voorkomen, is het voor huisartsen moeilijk om te bepalen bij welke patiënten verdere diagnostiek nodig is. In de specialistische setting zijn eventrecorders (CER) die de patiënt zelf kan activeren wanneer de klachten optreden effectief gebleken bij de diagnostiek van die klachten. Wij bepaalden de opbrengst en het gebruiksgemak van deze eventrecorders in de huisartsenpraktijk. Methode Een prospectief gerandomiseerd effectonderzoek in de huisartsenpraktijk onder patiënten met een nieuwe klacht van hartkloppingen of lichtheid in het hoofd. De primaire uitkomst was het verschil in aantal verklaarde episoden. Secundaire uitkomsten waren het aantal en de aard van de vastgestelde ritmestoornissen en het gebruiksgemak. Resultaten Het aantal patiënten zonder diagnose was lager in de interventiegroep dan in de controlegroep (17% versus 38%; RR 0,5; 95%-BI 0,3-0,7). In de interventiegroep werd veel vaker een cardiale diagnose gesteld dan in de controlegroep (76% versus 27%; RR 2,5; 95%-BI 1,8-3,5) en werden meer relevante ritmestoornissen gevonden (RR 3,2; 95%-BI 1,5-6,8). Patiënten bleken goed in staat om het apparaatje correct te gebruiken. Conclusie Een CER is een goed te gebruiken en effectieve diagnostische methode voor patiënten met aanvalsgewijze klachten, die kunnen duiden op een hartritmestoornis. Implementatie in de huisartsenpraktijk zou gepaard moeten gaan met verder onderzoek naar patiënt- en klachtkarakteristieken die zouden kunnen bijdragen aan een selectiever gebruik. Ook de benodigde registratieduur dient nader te worden onderzocht. Hoefman E, Van Weert HCPM, Reitsma JB, Koster RW, Bindels PJE. Diagnostic yield of patient-activated loop recorders for detecting heart rhythm abnormalities in general practice: a randomised clinical trial. Huisarts Wet 2005;48(12):597-602. Background Palpitations and light-headedness often occur paroxysmally and are therefore difficult to diagnose. The problems for the GP lie in: (a) too many diagnostic interventions in cases of worried but well patients, and (b) shortcomings in diagnosis for potentially life-threatening complaints. Objectives Patient-activated continuous loop event recorders (CERs) have proved successful in the diagnosis of cardiac arrhythmia episodes in secondary care. We tested the diagnostic yield of these devices in general practice. Method A randomised clinical trial in general practice. Consecutive patients with complaints of palpitations or light-headedness were randomised either to usual care or to usual care plus CER. The main outcome was the difference in the number of explained episodes. Secondary outcomes were the differences in the number and character of cardiac diagnoses and the user-friendliness of the CER. Results There were fewer patients without a diagnosis in the intervention group than in the control group (17% v. 38%; RR = 0.5; 95%-CI 0.3 to 0.7) and more patients with a cardiac diagnosis (67% v. 27%: RR = 2.5, 95%-CI 1.8 to 3.5). More relevant cardiac arrhythmias were detected (22% v. 7%) with event recording than with usual care (RR = 3.2; 95%-CI = 1.5 to 6.8). Conclusion Patient-activated CERs are useful and effective diagnostic tools in primary care patients with palpitations or light-headedness. More research is required into patient characteristics and selection criteria in order to fine-tune the use of these devices in primary care. diagnostiek-ECG-hart- en vaatziekten-hartritmestoornis-onderzoek-RCT
    Huisarts en wetenschap 12/2005; 48(12):114-121. DOI:10.1007/BF03084157
  • Source
    [Show abstract] [Hide abstract]
    ABSTRACT: Structured care is proposed as a lever for improving care for patients with chronic conditions. The purpose of this study was to explore the associations of structured care characteristics, derived from the Chronic Care Model, with health-related quality of life (HRQOL) and optimal clinical management in chronic heart failure (CHF) patients in primary care, as well as the association between optimal management and HRQOL. Cross-sectional observational study using multi-level random-coefficient analyses of a representative sample of 357 patients diagnosed with CHF from 42 primary care practices in the Netherlands. We combined individual medical record data with patient and physician questionnaires. There was large variation in the levels and presence of structured care elements. A 91% of physicians indicated that next appointments for CHF patients were made immediately after visits, while 11% indicated that reminders on CHF management were periodically received in their practice. Few associations were found between the organizational characteristics and optimal treatment or HRQOL. Optimal pharmacological treatment related to better quality of life (beta = -11.5, P < .0001). Also, more lifestyle advice was given in practices with an appointment system allowing contact with more than one professional during the encounter (beta = 1.0, P = .04). HRQOL and treatment quality in CHF patients were not consistently associated with characteristics of structured care in primary care practices.
    BMC Health Services Research 06/2009; 9:104. DOI:10.1186/1472-6963-9-104 · 1.66 Impact Factor
  • Source
    [Show abstract] [Hide abstract]
    ABSTRACT: BACKGROUND: We hypothesize that the prevalence of unknown heart failure in diabetic patients aged 60 years and over is relatively high (15% or more) and that a cost-effective strategy can be developed to detect heart failure in these patients. The strategy is expected to include some signs and symptoms (such as dyspnoea, orthopnoea, pulmonary crepitations and laterally displaced apical beat), natriuretic peptide measurements (Amino-terminal B-type natriuretic peptide) and possibly electrocardiography. In a subset of patients straightforward echocardiography may show to be cost-effective. With information from our study the detection of previously unknown heart failure in diabetic patients could be improved and enable the physician to initiate beneficial morbidity and mortality reducing heart failure treatment more timely. PRIMARY OBJECTIVES: - To assess the prevalence of (previously unrecognised) heart failure in primary care patients with diabetes type 2.- To establish the most cost-effective diagnostic strategy to detect unrecognised heart failure in these patients. SECONDARY OBJECTIVES: - To assess the impact of heart failure, and the combination of a new diagnosis with accordingly treatment in patients with diabetes type 2 on health status. METHODS/DESIGN: Design: A prospective diagnostic efficiency study.Patient population: Patients aged 60 years and older with diabetes type 2 from primary care, enlisted with the diabetes service of the Diagnostic Center in Etten-Leur (SHL)All participants will be investigated at the cardiology out-patient department of the regional hospital (Oosterschelde Hospital in Goes, Zeeland, the Netherlands) during a single 1.5 hour standardised diagnostic assessment, including history taking, physical examination, electrocardiography, echocardiography, blood tests, and Health status questionnaires. Patients will be asked if we can contact them afterwards for follow-up and for repeating the questionnaires after three and 12 months.Main study parameters/endpoints: Prevalence (with exact 95% confidence intervals) of (previously unrecognised) heart failure (systolic and 'isolated' diastolic) and the diagnostic value of signs and symptoms, NT-proBNP, electrocardiography and a combination of these items. The cost-effectiveness of different diagnostic strategies. Impact of heart failure and the combination of a new diagnosis with accordingly treatment on health status. TRIAL REGISTRATION: CCMO register NL2271704108.
    BMC Public Health 12/2009; 9:479. DOI:10.1186/1471-2458-9-479 · 2.32 Impact Factor
Show more